Studie inzake Lage Emissie in A!

Jan De Brabandere a fait cette demande Liberté d'accès à l'information à Ville d'Anvers

Cette demande a été fermée à toute nouvelle correspondance de l'organisme public. Contactez-nous si vous pensez qu'elle doit être rouverte.

La réponse à cette demande est très en retard. Selon la loi, en toutes circonstances, Ville d'Anvers aurait déjà dû répondre (Précisions). Si vous êtes l'auteur de la demande, vous pouvez vous plaindre via le lien Solliciter une demande de reconsidération.

Jan De Brabandere

Geachte Stadssecretaris

Ik las dat de stad Antwerpen een interessante studie bestelde ivm het onderwerp in rubriek.

Zie: https://nabillaaitdaoud.be/2018/03/02/le...

Graag had ik copie van deze studie ontvangen.

Dank bij voorbaat !

Hoogachtend,

Jan De Brabandere
Brussel

Algemeen Directeur,

Geachte heer
Wij hebben uw vraag in het kader van de openbaarheid van bestuursdocumenten ontvangen.

Kan u ons uw mailadres bezorgen zodat deze aanvraag tot openbaarmaking kan behandeld worden?
Wij onderzoeken deze vraag en bezorgen u binnen de decretale termijn een antwoord.

Met vriendelijke groeten

voor Sven Cauwelier, io
algemeen directeur

Davy Mahieu | Secretariaat algemeen directeur
tel. 03 338 47 17

-----Oorspronkelijk bericht-----
Van: Jan De Brabandere [mailto:[FOI #1580 email]]
Verzonden: vrijdag 16 augustus 2019 16:41
Aan: Algemeen Directeur
Onderwerp: Openbaarheid van bestuur aanvraag m.b.t. - Studie inzake Lage Emissie in A!

Geachte Stadssecretaris

Ik las dat de stad Antwerpen een interessante studie bestelde ivm het onderwerp in rubriek.

Zie: https://nabillaaitdaoud.be/2018/03/02/le...

Graag had ik copie van deze studie ontvangen.

Dank bij voorbaat !

Hoogachtend,

Jan De Brabandere
Brussel

Afficher les sections citées

Gelieve dit e-mailadres te gebruiken voor alle antwoorden op deze vraag.
[FOI #1580 email]

Is [Anvers request email] een verkeerd adres om Openbaarheid van bestuur aan te vragen Stad Antwerpen? Indien ja, gelieve met ons contact op te nemenvia deze weg:
http://transparencia.be/nl_BE/change_req...

Disclaimer: dit bericht en de antwoorden/documenten die u aanmaakt, worden vrij toegankelijk op internet geplaatst. Ons privacy- en auteursrechtsbeleid:
http://transparencia.be/nl_BE/help/offic...

Dank voor uw begrip dat in bepaalde gevallen de publicatie van aanvragen en antwoorden uitgesteld wordt.

Als u deze dienstverlening inzake openbaarheid van bestuur, dankzij deze website, nuttig vindt, kan u aan de webmaster van uw organisatie vragen om een link te plaatsen naar onze website.

-------------------------------------------------------------------

Jan De Brabandere

Geachte Professioneel

Dank voor uw snel antwoord.

Mag ik weten waarom u mijn mail strikt noodzakelijk acht om te antwoorden? Indien dit wettelijk niet hoeft had ik dit liever gewoon via deze weg gedaan. Dank voor uw begrip.

mvg, hoogachtend

Jan De Brabandere
Brussel

Bedrijfsdirecteur_Stadsontwikkeling,

Geachte heer De Brabandere
 
Op 16 augustus ontving de stad Antwerpen uw vraag tot openbaarheid
betreffende de studie Lage Emissie in Antwerpen.
 
Uw vraag werd geregistreerd onder dossiernummer POB201900506.
 
Het collegebesluit betreffende deze studie kan u raadplegen via deze
link: 
[1]https://ebesluit.antwerpen.be/publicatio...
 
Indien u de studie zelf ook wenst te ontvangen, gelieve ons dan een
mailadres mee te delen via welke weg we u de studie kunnen bezorgen
aangezien het gebruik van het portaal Transparencia leidt tot automatische
herpublicatie.
 
Indien u niet akkoord gaat met deze beslissing die werd genomen in het
kader van de openbaarheid van bestuur kan u steeds een beroep instellen
bij de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur. Het secretariaat
van deze beroepsinstantie is gevestigd bij het Departement Kanselarij en
Bestuur, t.a.v. Beroepsinstantie inzake de Openbaarheid van Bestuur,
Herman Teirlinckgebouw, Havenlaan 88, 1000 Brussel. U beschikt over een
termijn van 30 kalenderdagen die ingaat op de dag nadat de beslissing werd
verstuurd.
 
 
Met vriendelijke groeten
 
voor Patricia De Somer, io
Bedrijfsdirecteur stadsontwikkeling
 
 
 
Tom Geyskens | Verantwoordelijke secretariaat, ICT en logistiek
stad Antwerpen | Stadsontwikkeling | Secretariaat
Francis Wellesplein 1, 2018 Antwerpen
✉ Grote Markt 1, 2000 Antwerpen
[2]www.antwerpen.be
[3]facebook | [4]twitter | [5]instagram | [6]linkedin
 
Proclaimer
Vergissen is menselijk. Dus als deze e-mail, samen met eventuele bijlagen,
niet voor u bestemd is, vragen we u vriendelijk om dat te melden aan de
afzender. Deze e-mail en de bijlagen zijn namelijk officiële documenten
van de stad Antwerpen. Ze kunnen vertrouwelijke of persoonlijke informatie
bevatten. Als stad nemen we privacy heel serieus en willen we als een
goede huisvader waken over de vertrouwelijkheid van documenten. Als u dit
bericht per vergissing hebt ontvangen of ergens hebt gevonden, wees dan zo
eerlijk om het meteen te verwijderen en het niet verder te verspreiden of
te kopiëren.
 
 
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
-----Oorspronkelijk bericht-----
Van: Jan De Brabandere [[7]mailto:[FOI #1580 email]]
Verzonden: vrijdag 16 augustus 2019 16:41
Aan: Algemeen Directeur
Onderwerp: Openbaarheid van bestuur aanvraag m.b.t. - Studie inzake Lage
Emissie in A!
 
Geachte Stadssecretaris
 
Ik las  dat de stad Antwerpen een interessante studie bestelde  ivm het
onderwerp in rubriek.
 
Zie: [8]https://nabillaaitdaoud.be/2018/03/02/le...
 
Graag had ik copie van deze studie ontvangen.
 
Dank bij voorbaat !
 
Hoogachtend,
 
Jan De Brabandere
Brussel
 

Afficher les sections citées

Gelieve dit e-mailadres te gebruiken voor alle antwoorden op deze vraag.
[13][FOI #1580 email]
 
Is [14][Anvers request email] een verkeerd adres om
Openbaarheid van bestuur aan te vragen Stad Antwerpen? Indien ja, gelieve
met ons contact op te nemenvia deze weg:
[15]http://transparencia.be/nl_BE/change_req...
 
Disclaimer: dit bericht en de antwoorden/documenten die u aanmaakt, worden
vrij toegankelijk op internet geplaatst. Ons privacy- en
auteursrechtsbeleid:
[16]http://transparencia.be/nl_BE/help/offic...
 
Dank voor uw begrip dat in bepaalde gevallen de publicatie van aanvragen
en antwoorden uitgesteld wordt.
 
Als u deze dienstverlening inzake openbaarheid van bestuur, dankzij deze
website, nuttig vindt, kan u aan de webmaster van uw organisatie vragen om
een link te plaatsen naar onze website.
 
-------------------------------------------------------------------
 
 

References

Visible links
1. https://ebesluit.antwerpen.be/publicatio...
2. https://www.antwerpen.be/
3. https://www.facebook.com/stadantwerpen
4. https://www.twitter.com/stad_antwerpen
5. https://www.instagram.com/stad_antwerpen
6. https://www.linkedin.com/company/stad-an...
7. mailto:[FOI #1580 email]
8. https://nabillaaitdaoud.be/2018/03/02/le
9. mailto:[FOI #1580 email]
10. mailto:[Anvers request email]
11. http://transparencia.be/change_request/n...
12. http://transparencia.be/help/officers
13. mailto:[FOI #1580 email]
14. mailto:[Anvers request email]
15. http://transparencia.be/nl_BE/change_req...
16. http://transparencia.be/nl_BE/help/offic...

Jan De Brabandere

Geachte Professioneel

Van harte dank voor Uw bereidwillige uitleg en het collegebesluit !

Wel vroeg ik me af waarom er blijkbaar geen - wat U op basis van Uw diepgaande kennis en ervaring blijkbaar "herpublicatie" noemt - via deze voor me gemakkelijke website mogelijk is. Het lijkt me een algemeen interessant document. Oprechte dank voor opheldering !

Dit digitaal instrument, waarop men me - als persoon geinteresseerd in o.a. de stadsproblematiek rond emissies (in Brussel enz.) - via via gewezen had, leek me immers een gebruiksvriendelijke en snelle weg van uitwisseling tussen burger en overheid ivm interessante documenten. Wat ook blijkt uit Uw beantwoording.
Ook gaf ik - zoals gemeld - liever mijn e-mail-adres niet vrij; als dit niet echt strikt nodig is.

Ik ben zeker dat U deze overwegingen begrijpt; dit des te meer in tijden waar men overal omtrent respectievelijk : (i) de bevordering van 'e-government' en (ii) de gevaren en risico's van identiteitsfraude enz. schrijft en spreekt.

Bij voorbaat dank voor Uw aanvullende uitleg. Informatie die zeker nog meer leerrijk voor me zal zijn.
Beter nog: hierdoor moeten we waarschijnlijk - in beider en in het algemeen belang - de door U vermelde Beroepsinstantie dan ook niet nodeloos belasten. Beroepsinstantie aan wie U sowieso, vermoed ik - en desgevallend - Uw op grote ervaring en kennis gesteund standpunt, toch zal uitleggen. Dit nl. mocht het - tegen mijn wil en bedoeling in - toch zo ver moeten komen. Niet? M.a.w. - tenzij ik me vergis - winnen we beiden tijd, en storen de Beroepsinstantie niet op vermijdbare wijze. Een win-win-win-situatie, lijkt me.

Met vriendelijke groeten

Jan De Brabandere
Schaarbeek

Geachte Professioneel,

Gelet mijn aanvraag dd 16 augustus 2019.

Gelet de termijn om me te richten tot de Beroepsinstantie nog niet is verlopen, noch voor het verkrijgen van het document (waarmee u trouwens principieel akkoord bent), noch voor de herpublicatie van het document via transparencia.be.

Gelet uw ambtelijke wettelijke en deontologische plichten inzake informatie, dienstvaardigheid naar de burger toe enz.

Verbaast het me en betreur ik dat u nog niet binnen redelijke termijn geantwoord heeft op mijn eenvoudige vraag, die neerkwam op : ‘Waarom u zich verzet tegen herpublicatie via transparencia.be?’.

Dit om vele voor de hand liggende redenen, als met name :

- Dat het onbegrijpelijk zou zijn dat uw afwijzing tot hergebruik via transparencia.be niet overdacht was; waardoor de transcriptie van deze, dan in principe gemaakte, al dan niet steek houdende, mentale overwegingen, dus zeer snel overgemaakt moeten kunnen worden

- Het feit dat u principieel akkoord gaat met de vrijgave van het document. Waardoor u in principe kennelijk erkent dat het document publiek is ; en dat de vrijgave ervan niet opweegt tegen andere mogelijke principes en of belangen om het niet vrij te geven ; gegeven waardoor dezelfde afweging, mutatis mutandis, in principe hetzelfde resultaat, dus alles behalve een weigering tot herpublicatie via transparencia.be, zou moeten geven (cf. EU-Richtlijn 2013/37/EU; die deze logica, op supreem EU-niveau bevestigt; zoals ik na het schrijven van dit puntje, na wat verder zoeken vaststelde (infra)).

- De memorie van toelichting bij art. 32 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994 stelt ‘’ la publicité de l'administration doit, par essence, garantir à chacun le droit de disposer de toutes les informations indispensables pour donner une signification à la notion "un Etat de droit démocratique" (Doc. parl., Ch. Repr., sess. 1992-1993, n° 839/1, p. 1). Dus zowel de toegang tot, als via bovengaande redenering, mutatis mutandis de herpublicatie van publieke informatie zijn essentieel om zin te geven aan de notie van de ons allen dierbare ‘Democratische rechtsstaat’.

- Het feit dat u gehouden bent tot het in concreto motiveren van uw afwijzing. Dit op basis van vele rechtsgronden. Normen die U zoals iedere Belg geacht wordt te kennen (nemo censetur ignorare legem, zoals sommige liefhebbers van het Latijn het zouden uitdrukken); en dit a fortiori voor een hogere ambtenaar met voorbeeldfunctie en wettelijkheidsplicht, zeker voor wat betreft het ABC van het administratieve recht, nl.:

(i) Het Vlaamse bestuursdecreet van 7 december 2018, dat duidelijk stelt in artikel II.53, § 1 : ‘Als de overheidsinstantie de aanvraag tot hergebruik afwijst, deelt ze de aanvrager de gronden voor de afwijzing van het verzoek mee’.

(ii) De motivatieplicht als Algemeen Beginsel van Behoorlijk Bestuur (ABBB) van openbare orde (OO) naar het Hof van Cassatie (bv. Het overzicht van het Belgisch administratief recht, Mast e.a. ; alsook vele andere specialisten inzake het administratieve recht en bv. de jaarrapporten van het Hof van Cassatie)

(iii) Andere algemene beginselen van behoorlijk bestuur (ABBB), tevens van openbare orde (OO) naar de vaste rechtspraak en de jaarverslagen van het Hof van Cassatie, als bv. : zorgvuldigheid, objectiviteit, onpartijdigheid en proportionaliteit (d.w.z. dus zorgvuldige, objectieve en onpartijdige afweging van elke bestuurshandeling (in casu weigering tot hergebruik via transparencia.be) in functie van alle toepasselijke rechtsprincipes, belangen en/of mogelijke nadelen, m.b.t. de finaliteit(en) van in casu uw weigering tot herpublicatie via transparencia.be.
NB Doel(en) van weigering die U onwettelijk ook niet concretiseert ; en het dus onmogelijk maken het proportionaliteitsbeginsel in casu te toetsen.

(iv) De Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering inzake bestuurshandelingen ; en meer bepaald art. 3 : ‘De opgelegde motivering moet in de akte de juridische en feitelijke overwegingen vermelden die aan de beslissing ten grondslag liggen. Zij moet afdoende zijn.’

(v) De ad libitum rechtspraak van de RvSt en andere rechtbanken die op basis van schending van een of meerdere van deze gronden elke bestuurshandeling nietig ex tunc verklaren; waardoor bij voorkomend geval de Beroepsinstantie in casu niet anders kan dan tot hetzelfde ABC-juridisch besluit te komen; wil ze niet tot eigen schade en schande door de mand vallen.

Dit laatste gelet uit uw antwoord dd 26 augustus 2019 afdoende blijkt dat U aan deze OO-plichten niet voldoet. Ergo, en hierdoor spijtig extra onbegrijpelijk; dit waar de Stad Antwerpen dit voor andere aanvragen kennelijk wel doet/poogt te doen.
Dit waar er uiteraard geen willekeur (ABBB van OO) kan zijn t.a.v. de burger en/of bv. een platform (anders schending van art. 10 en 11 Grondwet).

Administratief verplichte denkoefening van het in balans brengen van overwegingen, waarvan de vrucht in een aan alle legale vereisten voldane motivatie moet neergeschreven worden ; en waarbij bovendien ook bv. volgende de jure elementen, in ernstige overweging zouden moeten genomen worden :

(i) Het Vlaamse bestuursdecreet van 7 december 2018 (hierna VB) welke het in bv. art II.52 en verder terecht heeft over de ‘publieke taak’

(ii) Het VB dat in het art. II.55 stelt : ‘Elke overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, staat het hergebruik van de bestuursdocumenten die ze bezit en waarop ze de nodige rechten heeft toe, zowel voor commerciële als niet-commerciële doeleinden overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk’

(iii) Het VB dat in het art. II.55 vervolgt : ‘In geval van hergebruik stelt de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, de bestuursdocumenten zo veel mogelijk via elektronische weg beschikbaar’

(iv) Het VB art. II.56 dat verduidelijkt dat: ‘Als de bestuursdocumenten voor hergebruik in aanmerking komen en onder de voorwaarden, vermeld in artikel II.66, stelt de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, de bestuursdocumenten ter beschikking in de vorm die de aanvrager vraagt’.

(v) Het VB art. II.57 en II.58 die coherent aanvangen met : ‘De verplichtingen vermeld in art. II. 55 en II.26 ….’ en die dus art II.56 als een ‘verplichting’ kwalificeren.

(vi) Het VB art. II.61 §2 : ‘De voorwaarden voor hergebruik mogen de mogelijkheden van hergebruik niet nodeloos beperken’

(vii) Het VB art. II.67 ‘De voorwaarden voor het hergebruik van bestuursdocumenten mogen niet discriminerend zijn voor vergelijkbare categorieën van hergebruik’

(viii) De Moeder-Richtlijn 2003/98/EG van 17 november 2003 die aan de juridisch supreme basis ligt van de bepalingen inzake het hergebruik van overheidsinformatie binnen de EU, inclusief het Vlaamse Bestuursdecreet :

a. Considerans 9, laatste zin : ‘Openbare lichamen moeten hergebruik van documenten bevorderen en aanmoedigen, ook van officiële teksten van wetgevende en administratieve aard, in die gevallen waarin het openbaar lichaam bevoegd is om toestemming te verlenen voor het hergebruik ervan’

b. Considerans 16 : ‘De openbaarmaking van alle algemeen beschikbare informatie in het bezit van de overheid — dus niet alleen in de politieke maar ook in de rechterlijke en bestuurlijke sfeer — vormt een fundamenteel instrument voor verruiming van het recht op kennis, dat een essentieel beginsel is van de democratie. Deze doelstelling geldt voor instellingen op elk niveau, plaatselijk, nationaal en internationaal’

c. Art. 3 : ‘Algemeen beginsel - Documenten worden zoveel mogelijk langs elektronische weg beschikbaar gemaakt’

(ix) De Richtlijn 2013/37/EU ter wijziging van de vermelde Moeder-Richtlijn ; welke nog vele, bij een bestuursbeslissing inzake al dan niet weigering van hergebruik - naar gelang de toepasselijkheid - in overweging te nemen maatschappelijke belangen, opsomt ; en daarbij o.a. stelt :

a. Considerans 2 : ‘Richtlijn 2003/98/EG van 17 november 2003 inzake het hergebruik van overheidsinformatie legt een minimumpakket voorschriften vast voor het hergebruik en de concrete middelen ter vereenvoudiging van het hergebruik ...

b. Considerans 3 : ‘Beleid voor vrije gegevensverstrekking, dat brede beschikbaarheid en hergebruik van overheidsinformatie voor privé- of commerciële doeleinden met minimale of geen juridische, technische of financiële beperkingen aanmoedigt en het circuleren van informatie zowel voor marktdeelnemers als voor burgers bevordert… maatschappelijk engagement bevorderen.’

c. Considerans 4 : ‘Het toestaan van hergebruik van documenten biedt toegevoegde waarde … aan de hergebruikers, de eindgebruikers, de maatschappij in het algemeen en in veel gevallen aan het openbare lichaam zelf, doordat transparantie en verantwoording worden bevorderd en feedback wordt gegeven door hergebruikers en eindgebruikers op basis waarvan het desbetreffende openbare lichaam de kwaliteit van de verzamelde informatie kan verbeteren.’

d. Considerans 5 : ‘…snelle technologische ontwikkeling maakt het mogelijk nieuwe diensten en toepassingen te ontwikkelen, die worden ontworpen op basis van het inzetten, verzamelen en combineren van gegevens. De in 2003 vastgestelde regels zijn achterhaald…, met als gevolg het risico dat de economische en sociale kansen die worden geboden door het hergebruik van overheidsgegevens onbenut blijven.’

e. Considerans 7 : ‘Bepaalde lidstaten hebben het recht op hergebruik uitdrukkelijk verbonden aan het recht op toegang, zodat alle algemeen toegankelijke documenten ook herbruikbaar zijn. In andere lidstaten is het verband tussen deze twee gebieden van regelgeving minder duidelijk en dit vormt een bron van rechtsonzekerheid’

f. Considerans 8 : ‘Richtlijn 2003/98/EG dient derhalve te worden gewijzigd om een duidelijke verplichting vast te leggen voor de lidstaten om alle documenten toegankelijk te maken voor hergebruik tenzij de toegang wordt beperkt of uitgesloten uit hoofde van nationale regels betreffende de toegang tot documenten’ wat dus de boven vermelde juridisch a priori logische mutatis mutandis-redenering op EU-niveau betonneert.

g . Considerans 14 : ‘Het toepassingsgebied van Richtlijn 2003/98/EG dient te worden uitgebreid tot bibliotheken, met inbegrip van universiteitsbibliotheken, musea en archieven’. Waardoor het betrokken document dat wellicht in een administratieve of andere bibliotheek zit, en zeker in een archief opgeslagen zit, in principe vrijgegeven moet kunnen worden ; bij voorkeur zelfs electronisch (cf. supra)

h. Considerans 27 : ‘De Commissie heeft steun verleend voor de ontwikkeling van een onlinescorebord voor overheidsinformatie, met relevante prestatie-indicatoren betreffende hergebruik van overheidsinformatie in alle lidstaten’.

i. Considerans 33 ‘Aangezien de doelstellingen van deze richtlijn, namelijk … door burgers met het oog op de bevordering van het vrije verkeer van informatie en communicatie, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en derhalve met het oog op de intrinsieke pan-Europese toepassing van het voorgestelde optreden, beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt’

j. art. 4 ‘In artikel 4 worden de leden 3 en 4 vervangen door: „3. In geval van een afwijzende beslissing delen de openbare lichamen de verzoeker de gronden voor de afwijzing van het verzoek mee, waarbij zij zich baseren op de toepasselijke bepalingen van de toegangsregeling in de betrokken lidstaat … ‘ Waardoor het dus an sich logische principe dat informatie die publiekelijk toegankelijk is voor de burger mutatis mutandis in principe ook voor hergebruik niet afgewezen mag worden.

k. art. 5 ‘Artikel 5 Beschikbare formaten 1. … indien mogelijk en passend, in een open en machinaal leesbaar formaat, samen met hun metadata. Zowel het formaat als de metadata dient voor zover mogelijk aan formele open standaarden te voldoen.’

l. art. 8 : ‘’… voorwaarden mogen de mogelijkheden tot hergebruik niet nodeloos beperken, noch gebruikt worden om de mededinging te beperken.”

Juridische gronden die, zoals althans expliciet blijkt uit het summier niet afdoend, laat staan objectief en zorgvuldig afgewogen, antwoord dd. 26 augustus jongstleden, spijtig in casu door A! geenszins in overweging zijn genomen. £Antwoord dat onrechtmatig trouwens elke in concreto uitleg, noch de facto, noch de jure ontbeert; laat staan dat het alle mogelijke belangen, inclusief maatschappelijke plichten in een democratische rechtsstaat in overweging neemt.
Antwoord dat dus onvermijdelijk, tenzij afdoende rectificatie van A! zijn kant, in het licht van bovengaande argumentatie, als niet wettelijk en dus ongegrond beschouwd zal worden door de Beroepsinstantie. Wat onvermijdelijk leidt tot het besluit om hergebruik toe te laten en op te leggen.
Hetgeen desgevallend een mijlpaalbesluit op de betrokken publieke website van de Beroepsinstantie zou worden. Een situatie die ik A ! liever, voor zover mogelijk, en bij desgevallend gebreke aan afdoende motivatie in derde orde waarbij ik me graag zal neerleggen, zou willen besparen.

Aansluitend met het bovengaande, dat - tenzij u dit afdoende en pertinent tegenspreekt - een groen licht voor toegang tot een bestuursdocument ook in principe groen licht voor hergebruik met zich meebrengt; lijkt het me bovendien dat men niet anders kan dan ook tot deze conclusie te komen, op basis van volgende juridische grond en aansluitende rechtspraak.
Met name het feit dat er voor wat betreft, het gebruik van de verzochte documenten, er principieel geen uitzonderingsgrond, noch een weigeringscriterium in welke Belgische wetgeving dan ook betreffende Openbaarheid van Bestuur is. Waardoor dus, mijns insziens elke burger in principe, wat ook de finaliteit van het gebruik moge wezen, recht heeft op het verzochte document dat een publiek karakter heeft. Document dat U in casu me persoonlijk wenst te geven; maar dat, mijns insziens, derhalve mutatis mutandis ook elke burger toekomt met welk gebruiksdoel dan ook. Waardoor er logisch, en dus ook juridisch, mijns insziens, geen belemmering van hergebruik zou mogen zijn voor het document in casu.

Waarbij zoals uit bovengaande blijkt er geen nodeloze belemmering, laat staan discriminatie t.a.v. het transparencia.be-platform mag bestaan. Platform dat net circulatie van publieke informatie in het algemene belang bevordert ; en dit electronisch, zoals de supreme EU-Richtlijnen het ad libitum bepleitend voorschrijven aan elke overheidsinstantie, dus in principe ook inclusief A !.

Het door België en haar Gewesten goedgekeurde Verdrag van de Raad van Europa betreffende toegankelijkheid tot officiële documenten (VTOD, opgesteld door de Directie Mensenrechten) voorziet in art. 4 trouwens dat de aanvrager de redenen voor aanvraag niet dient op te geven.
Zoals de Raad van State stelt dat iedereen belang heeft om te handelen in respect van dit grondrecht (Noot dus art. 32 GW inzake openbaarheid van bestuur, dat via bovengaande redenering onlosmakelijk gekoppeld wordt aan hergebruik ; wat ook het gebruik van de documenten is)
Zie bv. : RvSt, 2 oct 1997, s.p.r.l. Ba-wa v BS, n° 68.609 ; RvST, 2 oktober 1997, Delwart v. BS, n° 68.610). RvSt dat ook stelt dat dit grondrecht niet illegaal kan zijn (RvSt. 18 juni 1997, M.J. t BS, n° 66.860, J.T., 1998, pp. 256-261, obs. D. GARABEDIAN ; RvSt, 18 juni 1997, Matagne en Albert t. BS, n° 66.861 ; RvSt, 18 juni 1997, Matagne en Dossogne v. BS, n° 66.862). RvSt die dus bovengaande redenering 100% lijkt te bekrachtigen.

Tenzij er een overweging of misredenering is die me ontgaat, waarvoor ik me dan bij voorhand oprecht verontschuldig; is het in dit licht dan ook onbegrijpelijk voor mezelf, dat u enerzijds het document publiek verklaart, want aan mezelf wenst te geven via mail; maar anderzijds niet toelaat om dit via transparencia.be te doen ; en zo de kans te geven aan elke burger (V/M/X) om dit naar goedvinden te gebruiken.
Dit lijkt me in het licht van bovengaande juridische staving niet te kunnen.

Ter conclusie zou het derhalve, in het licht van deze achtergrond, die ik U en mezelf een extra kans gevend om onderling akkoord te gaan, tegensprekelijk voorleg, betreurenswaardig zijn dat de administratie van de me aan het hart liggende Koekenstad deze elementen, in voorkomend geval van juiste redenering van mijn kant, wetens en willens fout zou blijven miskennen.

Gegeven, waardoor blijkbaar ook de prestatie-indicatoren betreffende het hergebruik voor ons land zou verzwakken; en we Europees een mal figuur zouden slaan. Zoals België momenteel schaamtelijk pas de 112de op 124 plaats, in de global right to information rating, na Kazakhstan inneemt (https://www.rti-rating.org/country-data/).

Dit in plaats van terzake, zoals het Sinjoren hoort, een fiere voorloper te zijn.

Tenslotte heeft op basis van bovengaande (foute ?) redeneringen, elke burger recht op dit document ; en zou het zelfs naar de EU-richtlijnen eerder de plicht van A ! moeten zijn, om samen met anderen, als bv. transparencia.be, dit soort document van algemeen belang, maximaal, liefst electronisch, aan elke Nederlandskundige EU-burger ter beschikking te stellen.

Herinnerend aan het feit dat een inbreuk op de Grondwet door een ambtenaar, naar art. 151 van het Belgisch Strafwetboek een misdrijf vormt (*1) kan ik dan ook alleen hopen dat U of snel afdoende Uw weigering binnen de lijnen van de vermelde, U in principe bekend geachte, legale plichten motiveert, of het betrokken document snel vrijgeeft via transparencia.be.

Het zou immers spijtig zijn dat de metropool, bij desgevallend gebreke aan afdoend gestaafde motivatie tot weigering van hergebruik, via transparencia.be, zichzelf negatief in de kijker zet. Temeer andere platformen in de EU geen probleem terzake hebben.
Om tenslotte, als laatste oprechte informatie, niet te verwijzen naar de Stad Namen, die bij kortgeding dd 11 april 2019 (https://t.co/gA3RDiRewm), het deksel op de neus kreeg door de rechter van eerste aanleg; met name doordat het geen argumentatie had om aan te tonen dat er schade zou zijn, die publicatie door transparencia.be, van alle publieke documenten/passages van documenten ter beschikking van de leden van een gemeenteraad - zelfs een week voor deze doorgaat, dus een vorm van zeer vroeg ‘hergebruik - niet toe te staan.

Waarop de Stad Namen, die nochtans een topadvocaat onder de arm nam, en als A ! een partijvoorzitter als burgemeester heeft, bij kennelijk gebrek aan doorwegende argumenten; en na zelf ongelukkig uitgelokte negatieve publiciteit in de media rond deze weigering, die immers kennelijk ingaat tegen grondrechten en het algemeen maatschappelijk belang (*2), wijselijk besloot af te zien van een procedure ten gronde.

Beter, Namen eens haar les geleerd hebbende, heeft uiteindelijk beloofd om dan maar zoals het hoort, zelf haar publieke taak, in plaats van transparencia.be-vrijwilligers, op zich te nemen; en alle publieke informatie in de documenten voor een gemeenteraad een week op voorhand te publiceren. Een belofte die zoals andere nauw zal opgevolgd worden ; en bij begraving ervan, gelet het maatschappelijke belang, via een persbericht verspreid zal worden en gepubliceerd worden op de websites van transparencia.be / anticor.be en cumuleo.be

Het zou naar dit voorbeeld van Namen en ondertussen vele andere steden in Wallonie, en gemeenten in Brussel, mooi zijn dat A ! bewijst hetzelfde te doen. Dit bij uitbreiding van haar lovenswaardige website ‘e-besluit’ en zo ‘de parking’ een poepje laat ruiken inzake actieve openbaarheid van bestuur ;-)

Met vriendelijke, maar veerkrachtige democratische groeten;
In het algemene belang van de rechtsstaat,
via het tegensprekelijk inhoudelijk debat

Jan De Brabandere
Brussel

(*1) Dus ook het hier in het spel zijnde grondrecht (art. 32 GW) inzake het universele recht (art. 19 UVRM en art. 10 EHRM) op publieke informatie ; dat kennelijk – tenzij U het tegendeel afdoende kan aantonen - als een Siamese tweeling, door de EU werd verbonden met het hergebruik van overheidsinformatie. Grondrecht dat bovendien niet geschonden mag worden, zonder enige discriminatie of willekeur (dus gelijkbehandeling). Welk laatste immers weer op misdrijven zou kunnen neerkomen, met name door schending van art. 10 en 11 GW.

(*2) Wat publicatie rechtvaardigt door de vierde macht of gelijk welke ‘watchdog’ naar vaste EHRM-rechtspraak (mediazaken, klokkenluiderszaken, activistenzaken enz.) ; inclusief zelfs met vermelding van namen van hogere ambtenaren. Het maatschappelijk belang weegt immers op tegen dit van het priveleven van ‘hogere bomen met maatschappelijke, dus door wetten en deontologie, afgelijnde mandaten' (zie bv. ook de APACHE-rechtspraak op de betrokken site van dit electronisch journalistiek medium).
Meer zelfs elk individu kan in deze internet-tijden journalist zijn en zaken van maatschappelijk belang publiceren. Zie bv. de vulgariserende artikels - van een meer dan terechte - absolute voorstander van het belangrijke recht op ‘privacy’, dat ook volgens deze barricadebestormer, het echter soms moet afleggen tegen andere supreme rechtsprincipes, als het belang op informatie en het debat in een democratische rechtsstaat, zoals uitgelegd via met name volgende artikels :
https://datanews.knack.be/ict/nieuws/n-v...

https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2019/02/21/...

Geachte Professioneel

Behoudens misverstand, meen ik te moeten begrijpen dat A ! , gelet mijn elementen in voorgaand schrijven, niet meer overtuigd is van de gegrondheid van de overwegingen die in principe gemaakt zouden moeten geweest zijn, onderliggend aan de eerdere niet in concreto, afdoende en proportioneel gemaakte afwijzing van mijn vraag ‘Waarom A !, zoals uit onze uitwisseling blijkt, weliswaar zonder voorbehoud akkoord gaat met vrijgave van de gevraagde studie; A ! zich bovendien niet verzet tegen herpublicatie in het algemeen, maar blijkbaar wel (voorlopig ?) tegen herpublicatie via transparencia.be in het bijzonder ?’
Zoniet had A !, lijkt me prime facie, deze in principe gemaakte overwegingen prompt aan me overgemaakt. Quod non.

Kennelijk wenst A ! dus in het licht van de vele af te wegen elementen na te trekken; of op basis van feitelijke en juridische gronden, een afwijzing tot herpublicatie via transparencia.be in het bijzonder, zonder discriminatie en schending van rechtsprincipes, uiteindelijk toch proportioneel te motiveren valt.

Wat eerlijk gesteld verbaast, gelet A ! reeds afweging heeft gemaakt, van alle mogelijke principes en belangen, met name om tot de herhaalde beslissing te komen dat het document toegankelijk is voor mezelf, en dus voor iedere burger. Dit conform vaste rechtspraak RvSt, u vorige keer meegegeven, en bv. de doctrine van Prof. Schram, secretaris van de Federale Beroepsinstantie OB en andere eminente professoren als Prof Lewalle; die stellen dat er geen belang moet aangetoond worden. Daar waar het Bestuursdecreet in zijn art. II.40 § 3 stelt dat er geen belang moet aangetoond worden behalve uitzondering. Uitzondering voor info van persoonlijke aard, die hier niet toepasbaar is (anders had A ! ze trouwens ingeroepen) ; en die terzijde, mijns insziens, wat haar absoluut karakter betreft, prime facie onwettelijk is; want flagrant in strijd met de internationale rechtspraak.

Gelet er in casu overigens kennelijk geen belang moest aangetoond worden ; gegeven waarmee A ! kennelijk akkoord ging ; gelet bereidheid tot vrijgave van het document, zonder dat ik een belang aantoonde en A ! hier tot tweemaal toe niet naar vroeg.
Vaststellingen waardoor verzet tegen herpublicatie via transparencia.be in het bijzonder, maar niet in het algemeen, des te vreemder, minstens voor mezelf, wordt.

Temeer gelet het Bestuursdecreet in het deel ‘Openbaarheid van Bestuur’, met name Hoofdstuk III ‘Toegang tot bestuursdocumenten’ duidelijk in art 44 § 3 stelt ‘De overheidsinstantie die een aanvraag tot openbaarmaking inwilligt, vermeldt in voorkomend geval in de beslissing dat die inwilliging geen toestemming inhoudt om de gevraagde bestuursdocumenten te hergebruiken als vermeld in hoofdstuk 4.’
Daar waar het eerste antwoord van A ! , ondanks de betrokken plicht, duidelijk geen voorbehoud maakt tot hergebruik.
En het tweede antwoord van A ! geen enkel voorbehoud maakt tot hergebruik in het algemeen, maar blijkbaar enkel via transparencia.be. Dit laatste weliswaar spijtig zonder de wettelijk noodzakelijke afdoende motivatie.

Dat het dus dubbel duidelijk is dat A ! geen bezwaar had tegen hergebruik op zich, want dit niet meldt conform haar desgevallende plicht ingebed in art. 44 § 3 Bestuursdecreet. Decreet dat A ! beter kent dan wie ook, gelet er geantwoord wordt door hogere ambtenaren (V/M/X), die bovendien gemachtigd zijn, en sowieso bekwaam geacht worden, om te antwoorden op verzoeken inzake, specifiek de materies OB en hergebruik van overheidsinformatie.

Gelet discriminatie op basis van onredelijke en niet objectieve gronden wettelijk niet kan ; noch naar Belgisch noch naar Internationaal Recht (zie ook citaties Richtlijn hergebruik overheidsinformatie in vorig schrijven); worden de beweegredenen tot kennelijk blijvend verzet van A ! tegen hergebruik van publiek verklaarde overheidsinformatie via transparencia.be in het bijzonder, nog enigmatischer.

Gelet art. 65 II Bestuursdecreet duidelijk stelt dat : ‘Als de overheidsinstantie niet de nodige rechten heeft om hergebruik toe te staan, verwijst ze in haar beslissing naar de natuurlijke of rechtspersoon bij wie de intellectuele eigendomsrechten berusten, als die bekend is, of naar de licentiegever van wie de overheidsinstantie de gevraagde bestuursdocumenten heeft verkregen’ ; en A ! ook deze reden niet meldt in haar twee, op zich hergebruik in het algemeen niet uitsluitende antwoorden ; en A ! hierdoor in principe dubbel en dik bevestigt dat ook deze grond niet aangewend kan worden.

Wordt het raadsel van mogelijke gronden tot herpublicatie, specifiek voor transparencia.be, voor me nog groter. Tenzij de rechten m.b.t. de betrokken studie een wettige niet discriminerende motivatie omvatten om hergebruik toe te staan, maar niet voor transparencia.be in het bijzonder. Wat zeer verwonderlijk zou zijn. Maar goed, niets kan uitgesloten worden. Voorzichtigheid is de moeder van de porseleinen kast.

Motivatie m.b.t. de studie die u desgevallend dan ook binnen korte termijn geacht werd te hebben kunnen doorgeven, om het misterie, althans voor mij, op te helderen. Quod non. Dus redelijkerwijze driedubbel duidelijk is ook dit geen mogelijke grond.

Gelet een verduidelijking van de standpunten in functie van onderling begrip zonder mogelijke misverstanden in beider belang is; en noodzakelijk tot het stopzetten van deze communicatie tussen burger en overheid. Tenslotte heeft een ambtenaar ook een schadebeperkende plicht ; en kan het niet dat A ! onrechtmatig tijd van me consumeert en zich blootstelt aan een schadeclaim die op de duur meer en meer gegrond wordt (schade : opportuniteitskosten via alternatief tijdsgebruik t.g.v. niet behoorlijk besturend handelen A !).

Voor het natrekken van de principes, waar A ! mogelijks aan twijfelt, wens ik er op te wijzen dat het volstaat een kenner van het ABC van het administratief recht te raadplegen (ABC dat in principe door iedere ambtenaar, a fortiori hogere ambtenaar, ondersteld wordt gekend te zijn). Ambtenaren waarbij het in A! niet kan ontbreken. Ambtenaar die zonder twijfel ook bevestiging van de diverse in mijn mededelingen vermelde principes terug kan vinden in de overvloedig beschikbare vaste jurisprudentie terzake van bv. de Raad van State (www.raadvanstate.be/?lang=nl&page=caselaw) , het Hof van Cassatie (https://justitie.belgium.be/nl/rechterli... ; inclusief de jaarverslagen enz.) ; de Europese Hoven met supreme vaste rechtspraak inzake deze principes. (https://hudoc.echr.coe.int en https://curia.europa.eu/jcms/jcms/j_6/fr/) of andere Belgische rechtbanken in eerste of hogere aanleg (juridat.be)

Rechtspraak, die geen absolute uitzonderingen geven, geen discriminatie of ongelijke behandeling toelaten … zie bv. i.v.m. privacy ; en de in vorige schrijven aangegeven vulgariserende artikels van Mr. Welvaert-Dobbelaere. Meester-pedagoog en Meester in de rechten; die erkent dat dit principe waarvoor hij terecht op de barricaden opkomt, het soms moet afleggen tegen bv. openbaarheid van bestuur (waardoor ook voor dit punt mijns insziens onze OB-normen illegaal zijn door hiervoor in een absolute uitzondering te voorzien. Absolute uitzonderingen bestaan immers absoluut niet naar Straatsburgs recht …).

Dat er mutatis mutandis, dus ook geen absolute uitzonderingen, laat staan discriminatie kan zijn van wijzen van hergebruik ; laat staan van al als publiek verklaarde overheidsinformatie als hier het geval is.

Gelet de gemelde Europese Richtlijn inzake hergebruik van overheidsinformatie, die weze het herhaalt, via herziening letterlijk als een Siamese tweeling werd gekoppeld aan de wetgeving Openbaarheid van Bestuur, en haar toegankelijkheidscriteria geacht wordt te copieren als hergebruikcriteria.
Dit wil zeggen, via deze wijziging dus, tenzij A ! dit afdoende tegenspreekt, een beslissing tot vrijgave van een document mutatis mutandis ook beslissing tot herpublicatie, zonder discriminatie inhoudt.
Herpublicatie, weze het herhaalt, waartegen A ! zich niet principieel in het algemeen verzet, tot tweemaal toe (hoewel het Bestuursdecreet A ! dit voorschrijft mee te delen, uiteraard mits legale motivatie).
Mogelijke tegenspraak, waar ik graag in beider belang rekening mee wens te houden ; hoewel ik nogmaals de in vorig schrijven geciteerde passages (verkeerd ?) heb herlezen ; en deze mijns insziens, ook al op basis van de andere uitgelegde logische redeneringswijze juridisch steek houdt. Namelijk de doctrine dat in een democratische rechtsstaat iedereen belang heeft op publieke overheidsinformatie, en belang principieel niet moet worden aangetoond. Waardoor dus een groen licht voor OB in principe een groen licht tot hergebruik inhoudt.
Belang van mezelf in verband met dit document dat me door A ! ook niet gevraagd werd, om tot vrijgave te beslissen ; hoewel het Bestuursdecreet, incompatibel met de betrokken algemene doctrine, parlementaire handelingen art. 32 GW en hogere rechtspraak, in uitzonderlijk geval van persoonlijke info, de vraag tot het aantonen van een belang oplegt.
QED er is in deze evident geen, mijns insziens sowieso altijd onwettelijk, bewijs van belang nodig. De studie is immers voor ieder normaal gemiddeld persoon logisch evident van algemeen belang. Ook voor een Brusselse inwoner, die uiteraard en met plezier kan leren uit een Antwerpse studie.

Gelet de uitgebreide bijna in hun volledigheid gratis te raadplegen artikelen van Prof.em. Voorhof, die deze rechtsprincipes en de rechtspraak, die geen absolute uitzonderingen en discriminatie terzake toelaten, bevestigen (zie. https://biblio.ugent.be/publication?text...)

Gelet www.transparencia.be en vergelijkbare websites als
www.asktheeu.org/help/about en www.whatdotheyknow.com
van andere overheden, helemaal geen discriminatie krijgen tot herpublicatie van an sich als publiek erkende documenten.

Gelet de Stad Namen, hoofdstad van Wallonië, zoals vorige keer uitgelegd, begrepen heeft dat het belang heeft om zelfs gemeenteraadsdocumenten een week voor zitting voor alle OB-vrije passages op een website te publiceren ; verbaast het me sterk dat A ! ,als belangrijkste stad in Vlaanderen, die de titel van hoofdstad van Vlaanderen ambieert, zich terzake nochtans fiere Sinjoren zijnde wat kleintjes als mindere laat kennen.

Het minste lijkt me dat A ! naar de wettelijke en deontologische plichten van de overheidsambtenaren en –vertegenwoordigers stelt dat A ! dit verder onderzoekt ; en dat A ! binnen een redelijke behoorlijk besturend, aan te geven indicatieve termijn, een deugdelijk antwoord vooropstelt.

Daarom concludeer ik, tevens :

Gelet de wederzijdse plicht tot nodeloos procederen bij hogere instanties te vermijden.

Gelet de principes inzake ‘fair play’ en het ‘spaarzaamheidsprincipes’ algemene beginselen van behoorlijk bestuur (zie Mast ea en vele eminente professoren ivm ABC-administratief recht) ; A ! verplicht om eerst - vooraleer een hogere instantie nodeloos te moeten belasten - aan de verzoeker haar argumentatie – die A ! desgevallend voor de Beroepsinstantie zou gebruiken - vrij te geven.

Gelet weze het herhaalt, vrijgave van mijn persoonlijk e-mailadres nodeloze risico’s m.b.t. met name allerhande misbruiken oplevert ; element dat - zoals bevordering van e-government en samenwerking tussen platformen van publiek belang - mijns insziens onterecht als onbelangrijk zou afgewezen worden bij blijvende niet legaal gemotiveerde weigering van A ! tot diffusie van het betrokken document via transparencia.be.

Document dat dus op basis van onze uitwisseling, op basis van A ! haar eerdere afwegingen, geen gevaren inhoudt, zoals blijkt uit haar beslissingen m.b.t. vrijgave, alsook wat betreft hergebruik ; tenzij dan dat er kennelijk voor hergebruik via transparencia.be niet geëxpliciteerde zwaarwegende schadelijkheid zou zijn.
Wat dus een recht op duidelijk pertinent antwoord terzake geeft, voor elke burger ; dit temeer gelet de pioniersrol die A ! geschiedkundig vaak gespeeld heeft op beleidsvlak ; van belang voor andere steden en gemeenten in dit land. Pioniersrol die zich best ook voortzet inzake OB en hergebruik van overheidsinformatie zonder discriminatie, naar de principes van Vlaamse, Belgische en internationale normen.

Daarom stel ik voor dat A ! in het licht van de plichten tot deugdelijk behoorlijk bestuur :

- of best het document snel vrijgeeft via transparencia.be in respect van het eerder al geciteerd art. Artikel II.56 : ‘Als de bestuursdocumenten voor hergebruik in aanmerking komen en onder de voorwaarden, vermeld in artikel II.66, stelt de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, de bestuursdocumenten ter beschikking in de vorm die de aanvrager vraagt’.

- of minstens aan de wettelijke plichten van gezworen ambtenaren en overheidsvertegenwoordigers voldoet ; en naar het spaarzaamheids- en fair play-principe snel haar argumentatie geeft ; of minstens zoals het hoort aangeeft wanneer men dit zal doen ; zodat beide partijen zich niet tot de Beroepsinstantie moeten richten ; en A ! de betrokken principes niet moet schaden (noch de deontologie van de ambtenaar)

Dit temeer gelet de termijn tot beroep, mijns insziens, niet is ingegaan ; gelet A ! beslist heeft zich niet tegen vrijgave van het document te verzetten (cf. herhaald antwoord), noch tegen herpublicatie in het algemeen; en het Bestuursdecreet art 48 stelt dat er beroep kan ingesteld worden bij : ‘3° een onwillige uitvoering van een beslissing tot openbaarmaking, aanvulling of verbetering’ en dit binnen een termijn van 30 dagen.

Daar waar er onmogelijk een preciese datum kan geplakt worden op een ‘onwillige uitvoering van een beslissing tot openbaarmaking’ ; hoewel positieve aan mijn verzoek tegemoet komende beslissingen in casu door A ! genomen zijn (op het vragen oproepende niet onbelangrijke detail van verzet tegen herpublicatie via transparencia.be na); en het voor de hand ligt dat ik A ! - in beider belang - nog enige kans geef om aan haar wettelijke plichten tot afdoende en proportionele, feitelijke en juridische motivatie te voldoen.

Dat er dus nog geen sprake is, laat staan kan zijn, van ‘onwillige uitvoering van de beslissingen’ ; tenzij er een moeilijk te appreciëren onredelijke termijn van onwilligheid tot beantwoorden aan A ! haar wettelijke plichten is verstreken ; of A ! – wat onbegrijpelijk zou zijn – sneller haar onwil wenst te expliciteren ; en A ! zo dus expliciet andere supreme principes inzake behoorlijk bestuur wenst te schenden.

Dit afgezien van het feit dat er voor wat betreft milieu-informatie, zoals in casu manifest het geval is (PM effecten emissienormen) de aanvrager zelf een redelijke termijn kan voorstellen (Bestuursdecreet, art. II 40 §4). Welke in deze, gelet de uitwisselingen, en mijn openheid tot het geven van voldoende kansen, om schade te beperken en misverstanden uit te sluiten, voor me nog niet verstreken is.

Dit hoewel het hier het simpele hergebruik van een bestaande milieustudie via transparencia.be betreft ; en er dus binnen een redelijke termijn van A ! een duidelijk antwoord kan worden verwacht.

A ! bij voorhand dankend om haar deontologische en wettelijke dienstvaardigheid en bereidwilligheid, kijk ik uit naar een behoorlijk besturend antwoord, desgevallend vooruitzicht op legale motivatie van A ! haar weigering tot herpublicatie via transparencia.be in het bijzonder; daar waar dit kennelijk, tot tweemaal toe - mijns insziens meer dan terecht - niet in het algemeen geweigerd werd.

Zonder enige nadelige erkentenis, en met voorbehoud van alle legale rechten, inclusief tot het trekken van aandacht (*) op deze steeds meer interpellerend wordende, onbehoorlijk besturende opvolging, van dit nochtans rechtmatig verzoek, tot hergebruik via transparencia.be van een publiek verklaard overheidsdocument ; verzoek dat zonder meer een antwoord verdient, gelet het algemeen democratisch belang in een rechtstaat, verblijf ik,

Met vriendelijke, maar veerkrachtige democratische groeten;
in het algemene belang van de rechtsstaat,
via het tegensprekelijk inhoudelijk debat

Jan De Brabandere
Brussel

(*) Bv. Leden van het college van de burgemeester en schepenen, gemeenteraadsleden, media enz.

AANMANING ALS LAATSTE STAP VOOR GEBEURLIJKE INGEBREKESTELLING EN MOGELIJKE DAGVAARDING VAN A !; DIT IN HOOFDE VAN DE BURGEMEESTER ALS POLITIEK VERANTWOORDELIJKE VOOR BESTUURSZAKEN

Geachte Stadssecretaris
Geachte bedrijfsdirecteur Stads Ontwikkeling

Onder voorbehoud van alle rechten en zonder enige nadelige erkentenis.

Ik verontschuldig mij voor het gebruik van HOOFDLETTERS, om de aandacht op bepaalde termen en passages te trekken. Dit gelet het transparencia.be-platform geen onderlijning of andere markering toelaat. Door deze functionele beperkingen konden ook citaten niet in cursief geplaatst worden.

Gelet 3 maanden stilzwijgen van A! betreur ik nog één keer ter aanmaning terug te moeten komen :

(i) op mijn vraag dd. 16.08.2019 in het kader van de Openbaarheid van Bestuur (OB, grondrecht : cf. art. 32 GW (*) ; en universeel mensenrecht : cf. art. 10 EVRM en art. 19 UVRM) naar de « Studie inzake lage emissie in A! » nabillaaitdaoud.be/2018/03/02/le... ; en op

(*) Een inbreuk van een gezagsdrager op een grondrecht vormt een misdrijf (art. 151 Sw)

(ii) mijn na meer dan 3 maanden, door A ! ondeugdelijk besturend onbeantwoord gebleven overvloedige feitelijke en juridische argumenten, die het voorstel van A! om me het document aan mijn privé-mailadres te sturen, i.p.v. via de transparencia.be, ontkrachten ;

PM Platform en operator welke A! tot vrij recent probleemloos gebruikte om documenten in het kader van OB over te maken; zn dit zich niet wegstekend achter het nu door A! illegaal, want niet afdoend gemotiveerde « uitleg » dat men dit niet wil, omwille van « automatische herpublicatie ». Reden die dan ook niet door andere overheden in België wordt opgegeven.

In een democratische rechtsstaat met behoorlijk bestuur kan ondersteld worden dat A! haar obscuri libelli weigering tot transfert van het document via transparencia.be ondertussen zorgvuldig, objectief, onpartijdig, proportioneel in haar concrete feitelijke en juridische gronden en finaliteit(en), alsook mijn argumenten herbekeek; en me hierop wettelijk gemotiveerd uitsluitsel - via het principe van woord en wederwoord - ; en in beider belang van schadebeperking (tijdverlies enz.), gaf. Quod non.

Fouten die spijtig de aansprakelijkheid van A! impliceren; met name een flagrante en cumulatieve miskenning van A! haar vele bestuurlijke plichten t.a.v. me als rechthebbende burger; als met name :

- schending van vele dwingende Openbare Orde-plichten (OO); als de door Cassatie (zie jaarverslagen) en de vaste doctrine (bv. Overzicht van het Belgisch Administratief Recht, Mast ea., Wolters Kluwer, 2017 ), evident voor een rechtsstaat, als hoekstenen beschouwde, Algemene Beginselen van Behoorlijk bestuur (ABBB); zoals : de motivatieplicht (cf. ook de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen (WMOT ; cf. infra)) ; net als het legaliteits- ; het vertrouwens-, het evenredigheidsprincipe, de informatie- en de zorgvuldigheidsplicht.
Plichten die A ! bij haar motivatie van weigering van vrijgave van de gevraagde studie via transparencia.be strikt moet respecteren.
Om het ABBB, de zuinigheidsplicht, niet te vergeten; gelet de belastingbetaler van A! tijd en geld verliest bij niet snel, administratief legaal en correct afhandelen van mijn legitieme vraag.

NB Zie ook uitgebreide rechtspraak en rechtsleer, waarbij gewettigd vertrouwen en rechtszekerheid als algemene rechtsbeginselen onderling gekoppeld worden als belangrijke hoekstenen van de rechtsstaat. Algemene rechtsbeginselen die van Openbare Orde (OO) zijn; en dit zowel in het privaat- als het publieke recht (W. VAN GERVEN, S. LIERMAN, Algemeen Deel - 40 jaar later, 526, nr. 206, 528, nr. 207).
Voor overheden wordt rechtszekerheid logisch vertaald in o.a. de Algemene Beginselen van Behoorlijk Bestuur (ABBB) van OO en de WMOT.
PM Schending van beginselen van OO leiden vast tot vernietiging ex tunc van bestuurshandelingen.

Het gewettigd vertrouwen houdt in dat de geadministreerde, de burger, niet mag teleurgesteld worden in hun rechtmatige verwachtingen (zie bv. X. DIEUX, Le respect du aux anticipations légitimes d’autrui’, Bruylant, LGDJ 1995, p.253, nr.12 of bv. arbrb Brussel 26 sept. 2003, JT, 2004, p.365). Kortom: ‘Het beginsel van het rechtmatig vertrouwen betekent dat men moet kunnen vertrouwen op een duidelijke en welomschreven gedragsregel’( E.H.V.J. 13 mei 1980, RW 1981-1982, p.484, noot W. Van Noten ; bv. ook Cass. 10.02.2005, AR C.03.0601.F; Cass. 27.03.1992, Pass. 1992, I, p. 195 welke evident aangeeft, dat het gewettigd vertrouwensbeginsel geldt voor de administratie; cf. R. Rosoux, ‘De la confiance légitime à l’accord tacite: le chemin le plus court passe par les principes de la bonne administration’, RGF 2002, 95; N. Geelhand, ‘Le principe de la croyance légitime en droit administratif et fiscal’, RCJB, 1995, 57 en X. Dieux, oc, p.74, Rnr 27).

- schendingen van het Vlaams Decreet Lokale Overheden dd 22.12.2017 (VDLO); door personeel dat de eed heeft afgelegd « de verplichtingen van het ambt trouw na te komen » (art. 187 VDLO) ; en moet voldoen aan evidente deontologische plichten (art. 188 e.v. VDLO) en dan ook gebeurlijke proportionele tuchtsancties bij min of meer grove fouten riskeert (art. 198 e.v. VDLO ; zie infra, voor details van vele schendingen terzake)
https://codex.vlaanderen.be/PrintDocumen...

- en last but not least, schending van vele bij voorgaande hogere normen, aansluitende - even logische beginselen van ‘gezond verstand’- ; zoals vastgelegd in de Gedragscode voor stadspersoneel A! (GCSPA) https://assets.antwerpen.be/srv/assets/a... cf. infra voor details)

Gelet de tsunami aan schendingen kan ik nu niet anders dan A! virtueel al ingebreke te stellen voor manifeste schending van het algemeen rechtsprincipe inzake rechtsmisbruik; dat het Hof van Cassatie vast omschrijft als het gebruik van een recht op een wijze die kennelijk de grenzen te buiten gaat van een normale uitoefening van dit recht door een normaal bedachtzaam en voorzichtig persoon (Cass. 10-9-‘71, RW ‘71-‘72; conclusie Procureur Generaal Ganshof Van der Meersch; Cass. 16-12-‘82, Pas. ‘83,I, 332; Cass. 10-3-‘83, AC ‘82-‘83, 847; Cass. 16-1-‘86, KT ‘86, 404; Cass; 20-11-‘87, AC ‘87-‘88, 359).

NB Rechtsmisbruik dat recht geeft op schadevergoeding bv. Arbh. Brussel, JDB t. BS, 30 mei 2006, juridat en vele andere referenties als bv. https://lex.be/nl/doc/be/rechtspraak-jur...)

Kortom gelet het gewettigd vermoeden en het gewettigd vertrouwen makkelijk door A! behoorlijk besturend te mijden fouten, met hieruit voor me voortvloeiende extra-contractuele schade; nl. :
(i) verkwanselen van kansen om dit dossier snel, efficient en effectief af te handelen (met materiële en morele schade voor mezelf ; dit laatste gelet impliciete terging)
(ii) nodeloos tijdverlies door me te verplichten telkens op mijn eenvoudige vragen terug te komen ; (~= opportuniteitskosten = materiële schade en morele schade, gelet impliciete terging)
PM Incl. tijd- en geldverlies voor A! (cf. supra: inbreuk spaarzaamheidsprincipe en infra details van inbreuken op lagere normen, nl. het VDLO en de GCSPA)
(iii) me hierdoor nodeloos te tergen (morele schade ; met als verzwarende omstandigheid, me verplichten
A ! overvloedig en herhaaldelijk te wijzen op ABC-rechtskennis; waarvoor het gewettigd vermoeden geldt, dat deze door A !, ook naar haar eigen normen (infra GCSPA), tot in de puntjes beheersd zijn.

NB SCHENDINGEN DOOR A ! VAN VDLO IN CASU (met citaten uit het VDLO tussen aanhalingstekens) :

art. 188 § 1 : plicht uitoefen ambt op « correcte, constructieve en actieve wijze » ; §2 « respect voor de persoonlijke waardigheid van iedereen » (dus bv niet als in casu een klant drie maanden zijn feitelijke en juridische argumenten en klachten van negatie van deze elementen, niet beantwoorden)
art.189 : klanten behandelen met « welwillendheid, zonder discriminatie » (NB dit laatste gebeurlijk naar transparencia toe)
art. 192 : « De personeelsleden houden zich op de hoogte van de ontwikkelingen en de nieuwe inzichten in de materies waarmee ze beroepshalve belast zijn » (in casu ab initio schending van ABC-normen van gezond verstand; ergo, welke tergend voortgezet worden, door legitieme op een zilveren schoteltje aangeboden argumenten, nl. citaten van toe te passen, ondersteld gekende, geschonden normen, niet te beantwoorden, sic)

SCHENDINGEN DOOR A !-PERSONEEL VAN GSCPA IN CASU (met citaten uit het GCSPA tussen aanhalingstekens):

(i) cf. Titel 1.1. Inleiding, §1 « respect voor de verwachting van de burger van een optimale werking van de stad » (cf. gewettigd vertrouwen, gewettigd vermoeden, rechtszekerheid en andere ABBB als zorgvuldigheid bij het handelen ; nl. het weigeren van het zorgvuldig legaal motiveren van het niet willen vrijgeven van publieke info via transparencia.be)

(ii) de gemeenschappelijke A ! - waarde van « kostbewustzijn » ; incl. als expliciet in de GCSPA vermelde nood tot « spaarzaam omgaan met tijd » en « vermijden van onnodige kosten » (NB Door niet deugdelijk besturend te handelen is A ! aansprakelijk voor de boycot van een kans op het vermijden van extra stappen, met extra tijd en kosten voor A ! en mezelf (waarvoor A! aansprakelijk is en ik compensatie kan vorderen)

(iii) de gemeenschappelijke A ! - waarde van « klantgerichtheid » ; incl. als expliciet in de GCSPA vermeld : (a) het als uitgangspunt nemen van « het algemeen belang », (b) het « handelen zoals de klanten het van ons verwachten, zelfs zonder dat ze dat expliciet moeten zeggen of vragen (NB Hier verplichtte A ! me nodeloos tijdrovend, alle ondersteld gekende plichten aan A! te presenteren (cf. infra samenvatting uitwisselingen); (c) « vlotte en volledige dienstverrichting … snel en efficiënt handelen » (hier werden drie maanden mijn argumenten door A! niet beantwoordt; dus niet vlotte/onvolledige dienstverlening); (d) « professioneel werken … ervoor zorgen dat we over de nodige kennis beschikken » (in casu moest ondersteld gekende ABC-kennis meermaals met de paplepel aangegeven worden; elementen die, ergo, bot tergend, drie maanden genegeerd werden); dit gelet «de meeste zaken die blijven liggen er alleen moeilijker op worden » (waarvoor A! thans in casu aansprakelijk is inclusief extra schade voor mezelf) ; (e) « ons werk doen binnen een termijn die onze klant als redelijk ervaart (een gemiddelde burger zal wellicht drie maanden wachten, zonder enige tijdaangifte van een te verwachten antwoord, niet als redelijk maar als tergend beschouwen); (f) « daarbij alles vertellend wat terzake doet, correct en objectief » (tot heden werd niet concreet geantwoord op mijn vraag naar legale motivatie, in al de door me opgegeven ondersteld gekend zijnde juridische voorwaarden, van de weigering van A ! t.g.v. de te algemeen geformuleerde dus illegale te vage reden « automatische herpublicatie » ; (g) « hoe moet het niet: een dossier laten liggen » ; « onduidelijk zijn » (simpelweg verwijzen naar « automatische herpublicatie » is illegale obscuri libelli; dit gelet dit « leidt tot onvrede en slecht is voor het imago van de Stad » (hier lijkt het imago van de Stad, ondanks dat ik met het oog op schadebeperking, hierop oprecht als evident risico wees, niet van belang voor A! )

(iv) de « gemeenschappelijke waarde van integriteit » ; waarbij de GCSPA expliciet verwijst naar : (a) « correct, betrouwbaar handelen » ; (b) « gelijkbehandeling » ; (c) geen « schijn van partijdigheid » ;
(c) « elke inbreuk op iemands individuele waardigheid is verboden » ( niet een klant 3 maanden negeren)

NB A ! is in casu kwetsbaar voor partijdig en discriminerend handelen tav transparencia (infra).

Kortom het betreft in casu een grensoverschrijdende opeenstapeling van aparte ABC-fouten met aparte schade ; alsook tergende aansprakelijkheid m.b.t. de negatie van de algemene rechtsplicht tot schadebeperking.

Ik verwijs m.b.t. de schadeveroorzakende fouten van A! verder naar de details van onze uitwisseling via dit platform ; en breng, zonder volledigheid na te streven, enkele, onwettige, schuldig nalatige, niet beantwoorde sleutelelementen in herinnering. Dit:
(i) uit fair play (ABBB, waaraan A! en niet ikzelf gehouden ben ; doch welke A ! schendt, sic); alsook
(ii) om A! een laatste kans te geven om haar legale plichten te honoreren ; en - via respect van woord en wederwoord - een gebeurlijk ongewenste fout of misverstand van mij zo snel mogelijk in beider belang in de kiem te smoren (cf. tot op heden fout geschonden schadebeperkingsplicht van A ! ).

SAMENVATTING VAN SLEUTELELEMENTEN

(1) Op 16 augustus 2019 vroeg ik A! per webformulier van transparencia.be de « Studie inzake lage emissie in A! » https://nabillaaitdaoud.be/2018/03/02/le

(2) Op 19 augustus 2019 kreeg ik binnen redelijke termijn antwoord waaruit blijkt, dat :

(i) A! bereid is het document vrij te geven; dit echter enkel via persoonlijke mail. Een antwoord waaruit dus helder blijkt dat A! het document zonder meer als publiek verklaart.

(ii) A! zich niet verzet tegen herpublicatie, gelet er :

(a) niet naar de plicht van art. II44§3 van het Vlaamse Bestuursdecreet dd 07.12.2018 (hierna VB) vermeld wordt dat dit akkoord geen toestemming inhoudt tegen hergebruik
(b) volledig begrijpelijk, geen melding wordt gemaakt van rechten die dit zouden verhinderen.

NB Verzet tegen herpublicatie welke sowieso onbegrijpelijk zou zijn, gelet :

(i) A! het document vrij wil geven; weliswaar via privémail; en
(ii) A! op straffe van ongelijke behandeling en/of discriminatie (art. 10 en 11 GW); dit ook zal doen voor elke andere verzoeker (V/M/X; doch dit – althans naar mijn tot op heden niet door A! weerlegde gronden - weer illegaal vragend, om het document via privémail door te sturen)
NB Bereidheid tot herhaald vrijgeven, dat de facto neerkomt op een verkapt of ‘gesaucissoneerd’ akkoord tot …herpublicatie. Bizar net de reden waarvoor A! vrijgave van de studie via transparencia.be weigert.

(iii) het een publiek gefinancierde studie betreft, die ongetwijfeld in archieven, bibliotheken enz. van A! vrij te raadplegen en te copiëren valt (cf. mijn verwijzingen naar passages i.v.m. archieven en bibliotheken van overheden uit de herziene EU-Richtlijn (hierna RL) hergebruik overheidsinformatie; die zoals ik A! aantoonde groen licht voor hergebruik nog extra ondersteunen (cf. Considerans 14 van RL 2013/37/EU ; alsook art.1 a, v, f ;
zie https://eur-lex.europa.eu/legal-content/... )

(3) Op 26 augustus geeft A! me een link naar het collegebesluit doch niet de gevraagde studie ss ; en antwoordt A! op mijn vraag dd. 19 augustus 2019 naar uitleg i.v.m. het voorstel om mijn privémail te vragen, om de studie als dusdanig over te maken; en niet als voorheen gewoon het platform met webformulier transparencia.be als operator te gebruiken: ‘aangezien het gebruik van het portaal Transparencia leidt tot AUTOMATISCHE HERPUBLICATIE’.

NB A! had tot voor vrij kort geen problemen met hergebruik toen er al EU-normen m.b.t. hergebruik waren. Het feit dat het Vlaams Bestuursdecreet (hierna VB) dd 07.12.18 er pas later kwam dan deze supreme normen maakt niet dat deze geen rechtsgeldigheid hadden. Zie bv. het Opel Austria-Arrest van het Europees Gerecht van eerste Aanleg waarin de voorwerking van bestaande nog niet in werking getreden wetgeving aanvaard wordt (LENAERTS K., en VAN NUFFEL, P., Europees Recht in hoofdlijnen, Antwerpen, Maklu, p. 693 met verwijzing naar H.v.J. 8 okt. 1987 Kolpinghuis Nijmegen, 80/86, Jur., 1987 (3969) 3987, r.o.15-16). De plotse koerswijzing van A! is hierdoor extra bevreemdend ; temeer ook naar het VB hergebruik in casu, althans naar alle door A ! niet tegengesproken argumenten van mezelf, vrijgave via transparencia.be niet belemmerd kan worden (cf. rappel van door A! spijtig fout onbeantwoord gebleven punten, infra).

(4) Op 27 augustus 2019 vraag ik de, aan ondersteld gekend zijnde wettelijke voorwaarden voldoende, motivatie waarom A! het document enkel per privémail wil overmaken; dit wijzend op risico’s en nadelen van het achterlaten van mijn privé-mail op een publieke platform die redelijkerwijze niet opwegen tegen de sowieso niet legaal gemotiveerde weigering van A! om dit niet meer als voorheen via transparencia.be te doen. Uitleg die wettelijk afdoende moet zijn, alsook concreter en afgewogener t.a.v. andere elementen moet gebeuren dan de simpele verwijzing van A! - naar ‘automatisch hergebruik’.

Wettige motivatie tot afwijzing van A! welke naar art. 3 van de Wet van 29 juli 1991 inzake de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen (WMOT) naast de feitelijke overwegingen ook de juridische gronden moet omvatten. Wettige motivatie van in casu weigering tot herpublicatie (via transparencia.be) die naar de ABBB van OO bv. ook objectief, zorgvuldig, onwillekeurig en proportioneel moet zijn. Quod non voor alle betrokken OO-criteria, inclusief het niet aangeven van de naar art. 3 van de WMOT noodzakelijke wettelijke gronden.
NB Kortom A ! maakte tot op heden al vele flagrante, voor me schadelijke, bestuurlijke fouten .

(5) Temeer ik vanaf dan geen antwoord meer kreeg van A!; hoewel ik wees op talrijke juridische gronden die A! bestuurlijk en deontologisch VERPLICHTEN om me te antwoorden met verduidelijking of bijsturing van haar weigering; nl in respect van de de boven vermelde aan A! geëxpliciteerde OO-plichten tot legale motivatie.

NB Naast de ABBB en WMOT is er ook ad libitum (inter)nationale rechtspraak die bv. afdoende in concreto motivering van weigering tot vrijgave van een document of een ander bestuurlijk standpunt noodzaken.
Bv. Het eerste ook door A ! ondersteld gekend zijnde OB-principe is dat een instantie die een uitzonderingsgrond of drempel inroept voor de vrijgave van een bepaald document, of een bepaald daarin voorkomende informatie, deze in concreto moet motiveren (bewijslast bij de bestuursinstantie) en restrictief moet interpreteren (bv. arrest R.v.St., Delwart, nr. 68.610, 2 oktober 1997; Duez, nr. 70.844, 16 januari 1998; Matagne, 18 juni 1997, J.T.T. 1998, 258; Parl. St. Vl. Parl. 2002-2003, nr. 1732/1, 25) en de weigering concreet moet afwegen tegen ALLE in het spel zijnde belangen (RvSt., 8 januari 2004, Barbé t. Fonds des maladies professionnelles, n° 126.943 ; RvST., 7 juni 2004, Lybaert t. Belgische Staat, n° 132.072, RvSt Brussels Airport Terminal Company 9 februari 1998; Waalse CADA 24 oktober 2012 advies N°48; Vlaamse OVB/2008/147 enz.).
Waarbij de Raad van State en de vermelde parlementaire handelingen logisch de overvloedige vaste Europese rechtspraak terzake volgen, als bv. : Internationaler Tierschutz-Fonds GGMBh v. Europese Commissie, HvJ-EU, 21 juni 2012, CURIA-rechtspraakdatabase).

(6) Wettelijk motivering, die initieel al de juridische grond(en) en finaliteit(en) van haar weigering redelijk en afdoend had moet staven. Quod non. Dit waar er in casu – incoherent, dus onwettig en verbreekbaar, gelet onredelijk inconsequent – ab initio geen verzet werd aangetekend tegen hergebruik (cf. punt 2).
NB A ! moet de finaliteit(en) van haar weigering in concreto geven om de proportionaliteit- of de evenredigheidsstoets correct te kunnen uitvoeren. Aan A! dus de plicht om alle in acht te nemen argumenten pro en contra herpulicatie in het algemeen, of via transparencia.be in het bijzonder, objectief en concreet te formuleren; en redelijk geargumenteerd een gewicht mee te geven. Dit opdat ieder normaal gemiddeld neutraal persoon - als ikzelf als verzoeker, of een rechter - innerlijk overtuigd kan worden dat de balans voor A! terecht naar weigering overslaat. Oefening waarbij naar vaste (inter)nationale rechtspraak het belang van (het debat in) een democratische rechtsstaat altijd in overweging moet genomen worden (overvloedige rechtspraak zie bv. het vulgariserend artikel van Mr. Welvaert Dobbelaere, welke verwijst naar Europese rechtspraak waarbij dit belang doorweegt op het belang van privacy : datanews.knack.be/ict/nieuws/n-va-politici-staan-niet-boven-europese-rechtspraak-en-kunnen-gefilmd-worden/article-opinion-930871.html ) ; of de memorie van toelichting bij art. 32 van de gecoördineerde GW dd 17 feb.1994 die stelt dat OB noodzakelijk is om zin te geven aan de notie van een democratische rechtsstaat (Kamer Volksvertegenwoordigers, 1992 -1993, n° 839/1, p.1)

(7) Hetgeen onvermijdelijk de vraag opwerpt of A! hier naast een grondwettelijke inbreuk op OB (art. 32) ook nog nog niet ongronwettelijk art. 10 (gelijkheidsprincipe) en/of art. 11 (non-discriminatie) riskeert te schenden. Extra grondrechten, die als OB, universele mensenrechten betreffen.
Kortom niet min; gegeven waardoor, van A! dan ook een extra zorgvuldige, wettige en eerbiedige omgang met mijn vragen en opmerkingen verwacht kan worden. Quod spijtig non. Dus reeds flagrante schendingen van OO-normen als de ABBB, het VDLO en de GCSPA (cf. supra).

Kortom transparencia.be mag niet ongelijk behandelt worden noch gediscrimineerd worden (zie ook VDLO en GCSPA) tenzij er moeilijk inbeeldbare objectieve en redelijke gronden aangebracht worden (cf. Cassatie).

PM Met de nodige fair play wees ik A! er in haar voordeel op dat SCHENDING van GRONDRECHTEN DOOR EEN GEZAGDRAGER NEERKOMEN OP EEN MISDRIJF (art. 151 Sw.). HIER ZIJN 3 GRONDRECHTEN IN HET SPEL: art. 10, 11 en 32 GW.
Voortgezet drie maanden niet op mijn punten/klachten antwoorden vormt een verzwarende omstandigheid (bewijs van tergend handelen en kwade wil). M.a.w. schendingen van het VDLO en de GCSPA ; incl. ook het onder de « gemeenschappelijke waarde klantgerichtheid » van de gedragscode voor het stadspersoneel A ! geëxpliciteerde evidentie : « Klachten nemen we correct op ». Mijn uitwisseling met A ! komt neer op een klacht van de schending van OO-normen. Drie maanden wachten op een antwoord terzake is niet correct.

(8) De basis voor het niet legaal afdoend, redelijk, proportioneel, concreet, feitelijk en juridisch uitgepuurde « argument » van A ! in casu, nl. « automatisch herpublicatie/-gebruik » vindt vermoedelijk zijn oorsprong in de EU-RICHTLIJNEN INZAKE HERGEBRUIK VAN OVERHEIDSINFORMATIE (Moeder-Richtlijn 2003/98/EG eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32003L0098&from=NL , en de Richtlijn (hierna RL) 2013/37/EU welke deze Moeder-Richtlijn herzag https://eur-lex.europa.eu/legal-content/... ).
« Vermoedelijk » vermits er zoals hierboven reeds onderlijnd illegaal een inbreuk is op art. 3 van de WMOT welke afdoende motivatie vergt incl. juridische gronden. Plicht die fout door A ! tot heden niet vervuld werd.

(9) Nochtans vormen deze EU-RICHTLIJNEN MINIMUMVOORWAARDEN voor de Verdragstraten ; dus ook voor België en haar overheden (bv. Considerans 8 van RL 2003/98/EG, en Considerantia 2,6 en 17 van RL 2013/17/EU).
BOVENDIEN STELLEN DEZE SUPREME RICHTLIJNEN LETTERLIJK: (i) dat hergebruik van overheidsinformatie GESTIMULEERD MOET WORDEN (Considerans 9 van RL 2003/98/EG en van RL 2013/37/EU); (ii) dat OB een ESSENTIEEL BEGINSEL IS VAN DE DEMOCRATIE (Considerans 16 van RL 2003/98/EG ); (iii) OB en hergebruik MAATSCHAPPELIJK ENGAGEMENT BEVORDEREN (RL 2013/37/EU Considerans 3) alsook (iv) in veel gevallen TOEGEVOEGDE WAARDE LEVERT AAN HET OPENBARE LICHAAM ZELF, doordat transparantie en verantwoording worden bevorderd en feedback wordt gegeven door HERGEBRUIKERS EN EINDGEBRUIKERS op basis waarvan het desbetreffende openbare lichaam de kwaliteit van de verzamelde informatie kan verbeteren (Considerans 9 van RL 2013/37/EU); en (v) DAT HERGEBRUIK IN PRINCIPE GROEN LICHT MOET KRIJGEN ALS ER GROEN LICHT IS VOOR OB-VRIJGAVE (cf. in casu); tenzij uitzonderlijke, hier helder niet toepasbare rechten op het document (Considerans 7 en 8; als vertaald in art. 4 van RL 2013/37/EU); en dat dit te stimuleren hergebruik ZO MOGELIJK via ELECTRONISCHE WEG moet gebeuren (art. 3 van RL 2003/98/EG ) en dat EVENTUELE VOORWAARDEN de mogelijkheden tot hergebruik NIET NODELOOS mogen beperken, noch gebruikt worden om de MEDEDINGING te beperken (art. 8 van RL 2013/37/EU).

(10) NIET VERWONDERLIJK STELT HET VLAAMS BESTUURSDECREET (hierna VB) VAN 7 DECEMBER 2018 DAN OOK ALS OMZETTING VAN DEZE EU-RICHTLIJNEN M.B.T. TOT HERGEBRUIK OVERHEIDSINFO, BV. :

- in art II.52, en verder, dat het een « PUBLIEKE TAAK » betreft ; dit vervolgend « In geval van hergebruik stelt de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, de bestuursdocumenten ZO VEEL MOGELIJK VIA ELECTRONISCHE WEG BESCHIKBAAR » en verduidelijkt ;
- in art. II.56 dat: « Als de bestuursdocumenten voor hergebruik in aanmerking komen en onder de voorwaarden, vermeld in artikel II.66, stelt de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, de bestuursdocumenten ter beschikking IN DE VORM DIE DE AANVRAGER VRAAGT » ; verder verduidelijkend
- in art. II.57 en II.58: ‘De VERPLICHTINGEN vermeld in art. II. 55 en II.26 ….’ WAARDOOR DUS DE « MOGELIJKHEID » VAN ART. II.56, VOLLEDIG LOGISCH ALS PLICHT WORDT GEKWALIFICEERD
- in art. II.61 §2 : ‘De voorwaarden voor hergebruik mogen de mogelijkheden van hergebruik niet NODELOOS beperken’.

BESLUIT

Kortom A ! heeft naar bovengaande normen de plicht om de gevraagde studie in de vorm die ik als verzoeker vraag ter beschikking te stellen, temeer dit via transparancia.be in een electronische vorm is ; net zoals dit voor een e-mail via eender welke operator/tussenschakel zou zijn (cf. vast aanvaarde praktijd door rechtspraak, doctrine ; en zoals soms geimpliceerd/geëxpliciteert in OB-normen).
Dit zonder hierbij onredelijke, niet objectieve dus nodeloze beperkingen op te leggen (zoniet bv. groot risico op extra schending van art. 10 en 11 GW en het plegen van extra misdrijven naar het Belgische strafwetboek (art. 151 Sw).
Dit bovendien in eigenbelang van A !, met het oog op nuttige feedback ; alsook ter bevordering van maatschappelijk engagement, en het creëren van draagvlak voor haar beleid. Zaken waarover alle beleidsvoerders de mond van vol hebben. Dus graag geen woorden maar daden. Res, non verba of postmodern ‘Let’s walk the talk’.

Hetgeen de weigering van A! om het document via transparencia vrij te geven onwettig maakt; temeer het dit voorheen voortgezet probleemloos deed voor diverse documenten. Dit tenzij A ! ultiem sluitende tegenkanting aanbrengt ; wat hoogst onwaarschijnlijk is gelet A ! ze dan logisch reeds zou gegeven hebben.

NB A! heeft trouwens probleemloos een link gegeven naar het collegebesluit m.b.t. de betrokken studie; zoals A ! me op een andere vraag m.b.t. zitpenningen en aanwezigheden in de Antwerpse gemeenteraad via transparencia.be een link gaf naar de betrokken documenten op haar website. Hetgeen in de feiten en juridisch neerkomt op een vorm van herpublicatie via transparencia.be (zie rechtspraak ivm veroordelingen van doorlinken van illegale info/foto's enz.).
Zie https://transparencia.be/request/gegeven...

Dit alles wijst, lijkt me - en verbeter me deugdelijk besturend, want schadebeperkend voor beide partijen, zo nodig - op drie mogelijkheden ; die spijtig tot het bewijs van het tegendeel, alle drie voor A! neerkomen op schadelijk (niet) handelen naar mijn persoon toe. Drie scenario’s welke me allen recht geven op min of meer belangrijke compensatie voor geleden en desnoods verder te lijden schade:

(i) HYPOTHESE 1 - H1 : A ! HEEFT GEEN ARGUMENTEN; MAAR WIL DIT SPIJTIG BEWUST NIET TOEGEVEN. Hetgeen in voorkomend geval een inbreuk vormt op de vermelde Openbare Orde-plichten van A!: als bv. de wettelijkheidsplicht, de zorgvuldigheids-, de motivatie- en de informatieplicht, het fair play-, het vertrouwens- , het proportionaliteits- en het spaarzaamheids-principe (gelet dit evident ook voor A ! nodeloze kosten/tijdverlies meebrengt, t.g.v. het bot negeren van een kans tot snelle correcte deugdelijk besturende afwerking).
Dit inclusief morele schade gelet tergend en roekeloos of lichtzinnig handelen.
Dit bovenop vermelde VDLO- en GCSPA-inbreuken.

NB Hypothese 1 lijkt me gelet bovengaande normen ; waarvan bovendien mijn begrip uit voorzichtigheid, Popperiaans afgetoetst werd bij derden - die minstens slagen in de PISA-testen ‘begrijpelijk lezen’, en sommigen ook juridische geschoold zijn - de meest waarschijnlijke.
In dit licht is het ook belangrijk terug te verwijzen naar Namen dat bij kortgeding dd 11 april 2019 (https://t.co/gA3RDiRewm), het deksel op de neus kreeg van de rechter in eerste aanleg; nl. doordat het geen argumentatie, laat staan afdoende proportionele legale motivatie had, om aan te tonen dat er meer schade dan voordeel zou zijn, door publicatie van transparencia.be, van alle publieke documenten/ passages van documenten, ter beschikking van de leden van een gemeenteraad - een week voor deze doorgaat. M.a.w. een uitspraak met als voorwerp een VORM VAN ZEER VROEG HERGEBRUIK / HERPUBLICATIE VAN DOCUMENTEN ; waarvoor transparencia, antenne Namen, niet veroordeeld werd.

Waarop Namen, dat nochtans een topadvocaat had, en als A! een partijvoorzitter als burgemeester; wijselijk, gelet kennelijk besef van gebrek aan harde argumenten; en na door zichzelf ongelukkig uitgelokte negatieve publiciteit in de media, nl. rond een weigering, die ingaat tegen grondrechten en het algemeen maatschappelijk belang, besloot af te zien van een procedure ten gronde.
Beter, Namen besloot wijselijk, eens haar les geleerd hebbende, uiteindelijk om dan maar zelf haar publieke taak, in plaats van transparencia.be-vrijwilligers, op zich te nemen; en alle publieke informatie in de documenten voor een gemeenteraad, een week op voorhand ervan te publiceren.
Het zou naar dit vb. van Namen en vele andere steden in Wallonie, en gemeenten in Brussel, A ! sieren hetzelfde te doen; en te bewijzen een echte pionier in Vlaanderen inzake actieve openbaarheid in Vlaanderen te zijn. Dit bij uitbreiding van haar al deels lovenswaardige website ‘e-besluit’.

(ii) HYPOTHESE 2 – H2 : OF A! HEEFT ARGUMENTEN, MAAR WIL DIE NIET GEVEN ; waarbij de vele inbreuken op onder H1 vermelde OO-principes, alsook het VTOD en de GCSPA als fout en schadelijk handelen geldig blijven. Dit incl. het verzwarend element van tergend en roekeloos (niet)handelen van een stadsbestuur.
Dit gelet :
(a) in het kader van het gewettigd vermoeden, het gewettigd vertrouwen, en a fortiori A ! haar eigen GCSPA; ondersteld mag worden dat A! de toepasselijke ABC-normen inzake deugdelijk bestuur BEHEERST EN VOORAL RIGOUREUS GELET HAAR MAATSCHAPPELIJKE MODELROL VOORBEELDIG TOEPAST; en dit a fortiori
(b) gelet het de grootste lokale overheid/stad in Vlaanderen betreft met een uitgebreid aantal ervaren ambtenaren incl. juridische dienst; en
(c) het dus logisch is dat A ! via het principe van woord en wederwoord en het OO-principe fair play haar argumenten aan me geeft om dit dossier zo snel mogelijk af te sluiten; en om dus verdere schade voor mezelf en de Antwerpse belastingbetaler te beperken.
Quod non. Dus wetens en willens extra tergende oplopende schade voor beiden door fout handelend A !.

(iii) HYPOTHESE 3 - H3 : OF, DE VOL ONGELOOFWAARDIGE KANS DAT A ! NA DRIE MAANDEN NOG STEEDS ARGUMENTEN ZOEKT. Dit dan even tergend naar de rechtzoekende en -hebbende verzoeker toe, want bv. bewijzend NIET de deontologische minimale beleefdheid, dienstvaardigheid en wettelijke dwingende fair play te hebben; om me te melden welke stappen men onderneemt, om binnen een aan te geven redelijke termijn, een legale motivatie van haar finaal bestuursstandpunt terzake te geven (NB GCSPA voorziet onder « klantgerichtheid » expliciet in « een afgesproken redelijke termijn »).

Finaal standpunt van A ! dat dan een heldere weging van de in concreto te formuleren feitelijke en juridische elementen pro en contra haar besluit moet omvatten. Elementen die moeten leiden tot, of :
(a) het behouden van het eerdere standpunt ; nl. OK voor een vorm van herpublicatie door het verspreiden van info per privémail aan elke aanvrager die dit doet (zo inbreuken op art. 10 en 11 GW vermijdend) ; of via het geven van een link; maar niet voor herpublicatie via transparencia.be ‘, DIT GELET X, Y, Z.’ of
(b) het herzien ervan, met name, naar de overvloedige argumenten / plichten opgesomd door mezelf als zeer geduldige en bereidwillige; met zoals het behoorlijk besturend, met fair play van OO past, de nodige verontschuldigingen en een voorstel tot een redelijke compensatie van de nodeloos getergde en tijd afgenomen burger.

Gelet bovengaande wacht ik als bewijs van mijn uiterste redelijkheid en billijkheid, alsook om een slag tot onwaarschijnlijk afdoend wederwoord van A! om de hand te houden, nog kort op een afdoend antwoord; zoniet zie ik me verplicht het stadsbestuur, in hoofde van de Burgemeester in zijn functie als politiek eindverantwoordelijke, met bovendien ad hoc bestuurszaken in zijn bevoegdhedenportefeuille, in gebreke te stellen. Wat spijtig zou zijn naar aanleiding van de 25ste verjaardag van art.32 GW in januari 2020.
Dit cc aan de gemeenteraadsleden welke de plicht hebben het deugdelijk bestuur van 't Stad op alle niveaus te controleren.

Dit hierbij een rechtmatige compensatie vorderend t.g.v. bestuurlijk rechtsmisbruik via voortgezette bewuste schending van een grensoverschrijdend aantal ABC ondersteld gekend zijnde, zelfs oprecht door me gemelde, en naar de wettelijkheidsplicht toe, strikt toe te passen normen; incl. de eigen GCSPA.
Vordering welke enkel kan oplopen bij verder onbegrijpelijk ondeugdelijk bestuurlijk handelen van A !. Dit door dagvaarding bij de bevoegde rechtbank.
Daarbij uiteraard, zonder nadelige erkentenis, alle andere wettelijke middelen openhoudend.

Met bijzondere achting
En democratisch rechtsstatelijke groeten,

Jan De Brabandere
Brussel

PS Ik opteer in eerste instantie voor een minnelijke schikking; zoniet voor een burgerlijke procedure tot schadevergoeding. De Beroepsinstantie OB en hergebruik kan parallel of later gevat worden; gelet het hier een milieu-informatie gelinkte studie betreft en de verzoeker de redelijke termijn kan vastleggen om deze te vatten (cf. art. 40II§4).
Termijn voor vatting van de Beroepsinstantie die mijns insziens sowieso nog niet verlopen is ; gelet niet alle beroepsmogelijkheden vermeld werden door A ! in haar schrijven van 26 augustus 2019 ; en er hierdoor sprake is van een illegale discriminatie/ongelijke behandeling t.a.v. andere Belgische OB-normen welke voorzien dat actieve openbaarheid inhoudt dat ALLE beroepsmogelijkheden aan de verzoeker moeten gemeld worden (cf. trouwens het oude Vlaamse OB-decreet, deel mbt actieve openbaarheid van bestuur).
Ik denk inzake niet vernoemde reële beroepsmogelijkheden, in de zin van mogelijkheden die kunnen leiden tot genoegdoening van een rechtzoekende, bv. aan de mogelijkheid om zich gewapend met een uitgebreid arsenaal aan argumenten te richten tot : (i) de Antwerpse ombudsvrouw en/of (ii) het College van de Burgemeester en schepenen en/of (iii) de Gemeenteraad en/of (iv) de Integriteitsdienst en/of (v) de deontologisch commissie van de gemeenteraad en/of (vi) de Minister van de Vlaamse Regering verantwoordelijk voor Bestuurszaken en/of de (vi) media ; dit laatste gelet het belang van dit dossier voor (het debat) in een democratische rechtsstaat (zie het (inter)nationale mediarecht en de vrijheden terzake m.b.t. gezagsdragers en info van algemeen belang) en het opmerkelijk optreden van A ! t.a.v. transparencia.be in vergelijking met andere lokale overheden in Vlaanderen of vallend onder andere overheidsniveaus. Alsook discriminerende behandeling in vergelijking met andere overheden voor wat betreft het voortgezet gebruik van op dezelfde software draaiende websites als: www.asktheeu.org/help/about; www.whatdotheyknow.com en het recentere http://madada.fr die evident ook onder de (inter)nationale wetgeving inzake hergebruik / herpublicatie van overheidsinformatie vallen .