Aanvraag Protocolakkoord handelszending Rwanda Ethiopië Kenia nov. 2015

La réponse à cette demande est très en retard. Selon la loi, en toutes circonstances, Flanders Investment and Trade (FIT) - Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen aurait déjà dû répondre (Précisions). Si vous êtes l'auteur de la demande, vous pouvez vous plaindre via le lien Solliciter une demande de reconsidération.

Jan De Brabandere

Aangetekend en per Mail Brussel, 28 maart 2019
& hier aanvullend via Transparencia.be
op 29.03.2019
C. TILLEKAERTS, CEO FIT
Koning Albert II-laan 37
1030 Brussel

Geachte Mevrouw de Afgevaardigde Bestuurster

Betreft - Aanvraag Protocolakkoord handelszending Rwanda-Ethiopië-Kenia nov. 2015

Graag had ik in het kader van de u, a fortiori als juriste, bekende normen Openbaarheid van bestuur (art.32 GW, Vlaams Decreet, art 10 EVRM enz.); van volgende bestuursdocument een copie doorgestuurd gekregen naar onderstaand adres :

Het protocolakkoord AWEX-BI&E-FIT m.b.t. de samenwerking voor de handelszending Rwanda-Ethiopië-Kenia van 14 t.e.m. 25 november 2015.

Ik verwijs u hierbij, graag, aanvullend, naar :

(1) De behoorlijk besturend door uw overheidsdienst gearchiveerde uitgebreide argumentatie (jurisprudentie, doctrine, parlementaire handelingen, internationale door ons land geratificeerde supreme normen enz.), die ik u bij vorige aanvragen ter aandachtige lezing heb overgemaakt ; en afwijzing van deze aanvraag de facto en de jure onmogelijk maakt.

NB Deze argumentatie is in casu zelfs niet noodzakelijk tot beslissing van vrijgave. Een zeer marginale toetsing van de aanvraag aan de normen volstaat voor iedere jurist.
Desalniettemin maken mijn eerder per aangetekend schrijven aan u overgemaakte argumenten i.v.m. vorige aanvragen naar bestuursdocumenten, integraal deel uit van deze aanvraag.
Voor alle zekerheid, en om u het gemakkelijk te maken, breng ik u hieronder alvast enkele algemene, vast geldende, principes - ter opfrissing en in het hoger algemeen belang - in herinnering.

(2) De door me maanden bestudeerde normen, doctrines en jurisprudentie (cf. 1) stellen duidelijk dat elk document dat een overheid in haar bezit heeft, onder welke vorm dan ook, voorwerp kan uitmaken van een WOB-aanvraag. In casu betreft het trouwens een door de drie partijen; waaronder uzelf, afgetekend papieren document, waarin mijn naam staat vermeld. Kortom, de meest voorkomende vorm van het begrip bestuursdocument: een papieren versie; in casu getekend door drie overheden.

NB De dag van vandaag is alles gedigitaliseerd; waardoor ook de AVG geldt (zie infra).

(3) Het feit dat doorverwijzen naar derden geen geldig excuus is; zoals het feit dat hetzelfde document bij diverse overheden aangevraagd wordt geen geldig excuus kan zijn. Evenmin doet het er toe of de aanvrager reeds over een copie zou beschikken of niet; de reden van gebruik moet zelfs niet opgegeven worden (zie 1).
Dit laatste maakt o.a. bewijs van mogelijke vervalsing mogelijk; diverse gevallen in het verleden zijn publiek bekend.

NB De wetgever heeft dit logisch niet voorzien; en heeft bij de federale parlementaire besprekingen, zoals de RvSt, en de internationale rechtspraak trouwens benadrukt dat 'niet vrijgave' de uitzondering is; en dat de uitzondering op vrijgave 'relatief' is.

Een evidentie voor elke jurist; gelet bij botsing van principes deze onderling moeten worden afgewogen in hun relatieve belang. Bij gelijk belang op de hierarchische ladder van normen blijft dit het geval.
Mensenrechten zijn zoals u weet niet alleen supreem, maar ook gelijkwaardig, interdependent en ondeelbaar (zie bv. https://www.ohchr.org/en/issues/Pages/Wh...).

Het recht op toegang tot bestuursdocumenten is zoals hierboven en vroeger aan u voor alle zekerheid in herinnering gebracht, een dergelijk supreem mensenrecht. Een universeel recht zelfs, met name art. 19 UVRM, zie bv. https://www.article19.org/issue/access-t... )
, dat het dus steeds wint van minder belangrijke normen; laat staan van loze, op niets steunende, beweringen en/of kromme "redeneringen" en/of ergo al te doorzichtige "uitvluchten".

Recht behoort immers, gelukkig, zoals wetenschappen, althans in principe, dus zoals het betaamt, tot de ernstige categorie van onderwerpen van menselijke actviteiten.
In principe, want de mens is niet onfeilbaar en zwak; en er zijn altijd spijtige uitzonderingen op de regel.
Een belangrijke finaliteit van het recht is dan ook om deze menselijke zwakheden, in het hoger belang van de openbare orde, in te tomen. En zo nodig te bestraffen, dit met het oog op schuldinzicht en hopelijk wederopname, als een betere mens, burger, die zijn rechten en plichten niet alleen beseft maar toepast, als deelnemer aan ons gemeenschappelijk hoogste goed: de democratische rechtsstaat.

Ernstig, dit wil zeggen recht en wetenschappen zijn voorwerpen van menselijke activiteiten die werken op basis van vaststaande geverifieerde feiten en hierarchische wetten; alsook evoluerende doctrines en theoriën.
Dit uit zich voor het rechtsdomein in de elkaar kruisbestuivende juridische literatuur en de hierarchische rechtspraak; en anderzijds voor het wetenschappelijk domein, in de 'peer reviewed' wetenschappelijke artikelen, die - u voelt het aankomen - ook gepubliceerd worden in naar (inter)nationaal belang gerangschikte tijdschriften, en eindigen met een publicatielijst van toepasbare referenties in deze naar belang gerangschikte tijdschriften. Net als rechtspraak grosso modo, de cirkel is rond.

Een opmerkelijke parallel tussen recht en wetenschappen, die mijn persoonlijke interesse en toegankelijkheid als wetenschapper, in het bestuderen en zelfs toepassen en creëren van 'Recht' voor een stuk mee verklaart. Zie bv. de onder mijn impuls tot stand gekomen internationale gedragscode MOSAICC, een belangrijke vorm van 'soft law' , die in credibiliteit en belang mettertijd toenam, door dat het de meest gerefereerde inspiratiebron voor het latere, multilateraal bindende, en bredere, UNO Nagoya-protocol werd. Gedragscode, welke dan ook op de officiële website van de Conventie inzake Biodiversiteit vermeldt wordt (zie bv. mijn meest gerefereerd pioniersartikel, in een topvakblad van een leidende uitgeverij, op een officiële UNO-link: https://www.cbd.int/doc/articles/2002-/A...). Evolutie die leidde tot vele internationale uitnodigingen (zie publicatielijst aan het einde), credibiliteit, en gelet de menselijke zwaktes, ook tot afgunst en kwaadsprekerij; maar dat is een andere zaak, weliswaar ook weer kaderend in de finaliteit van het bestaansrecht van het recht, in onze verlichte maatschappij ....

Terzaken wens ik dan ook via deze toepasselijke parenthese, met name van het broodnoodzakelijke belang van een breder kader van hierarchie aan principes en normen, alsook aan credibiliteit van informatie en beweringen en/of redeneringen; terug te komen op de toepassing van dit kader op het supreme belang van de Openbaarheid van Bestuur.
Dit door te verwijzen naar de u welbekende, en breed gewaardeerde, Prof. D. VOORHOF in verband met art. 10 EVRM (Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (https://scwitch.be/2017/01/meer-garantie... ). Internationaal rechtsgeleerde, welke terecht met de deur in huis valt; en bv. duidelijk maakt dat zelfs veiligheidsdiensten, in een aantal gevallen, bestuursdocumenten moeten vrijgeven. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens laat zich immers niet voor één gat vangen; en weet dus ook dat veiligheidsdiensten bevolkt worden door mensen, en dus kunnen falen.

Professor, die dus als vele anderen, refererend naar overvloedige rechtspraak (cf. 1), onderlijnt dat er steeds een afweging moet gebeuren van het belang van geheimhouding (wat bij geen gegrond motief in een aantal gevallen sterk kan wijzen op bv. in een rechtsstaat te verwerpen belangenvermenging en/of machtsmisbruik/-overschrijding) ten aanzien van de plicht/het belang van vrijgave van bestuursdocumenten.
Dit laatste is vaak het door het EHRM ingeroepen hogere belang van de democratische rechtsstaat. Een belang van openbare orde, dat zijn oorsprong vindt in de verlichting; die u, terecht, ook hoog in het vaandel draagt, althans in het kader van uw door mezelf naar principes gesmaakte publieke communicaties (zie bv. ook de u welbekende en breed gewaardeerde D. Verhofstadt; in zijn aanbevelenswaardig referentiewerk 'De liberale canon'. Publicatie welke grotendeels, aan de hand van belangrijke denkers, wetenschappers en politici (V/M/X), de oorsprong van de verlichtingswaarden van de liberale rechtsstaat, met ondeelbaar in zich gesloten, de kiemende mensenrechten, van de oudheid tot het heden, op een bevattelijke wijze aanbrengt).

Kortom, naar de even eminente, u eerder via aangetekend schrijven ook al gerefereerde Professoren Schram en Lewalle (cf. 1), kan er rustig maar standvastig besloten worden dat er bijgevolg evident geen sprake kan zijn van 'absolute' uitzonderingen inzake transparantie van overheden. Dat met andere woorden, onze Belgische en deelstatelijke normen Openbaarheid van Bestuur, op de diverse niveaus van dit land, dus 100% kaduuk zijn (*1).

Dit ondanks dat de (inter)nationale rechtspraak dit sinds tientallen jaren aantoont (zie bv. (1) of ook de softenon-zaak in de EHRM-databank HUDOC; of de publicaties voor het bredere publiek, van de terecht gewaardeerde Meester - in de dubbele betekenis van het woord - dus ook 'pedagoog', Mr. Dobbelaere-Welvaert, i.v.m. de relativiteit van het mensenrecht 'privacy'. Recht op het privéleven dat het naar zijn puik gekozen sprekende voorbeelden, in een aantal gevallen verliest van andere mensenrechten, die zwaarder wegen; met name in het algemene belang van de democratische rechtsstaat (*2). Zoals recent het Europees Hof van Justitie besloot dat de Europese Overheid inzake voedselveiligheid fout was door de testen in verband met glyphosaat niet vrij te geven; onder het mom van commerciële belangen/informatie. Er waren hogere belangen voor de volksgezondheid, zoals ook een Amerikaanse rechter onlangs besloot; met een paar 100 miljoen dollar vergoeding voor een rechtzoekende voor gevolg.

(*1) De situatie is thans spijtig niet beter dan deze bij de verjaardag van de constitutionele invoering van het recht op openbaarheid van bestuur in ons land. Gelegenheid waarbij dezelfde Prof. Dr. D. VOORHOF in SAMPOL dit voor een aantal punten aantoonde; onder de veelzeggende titel 'Openbaarheid van bestuur in België: een losse flodder'. Spijtig is België dan ook nog steeds internationaal schaamteloos laag geklasseerd inzake transparantie, nl. op de 111ste plaats, na Mozambique en Kazakhstan ( https://www.rti-rating.org/country-data/ ). Een welmenende mandataris van openbare macht (V/M/X) en een gemiddelde zwakke burger; kan dan ook alleen maar hopen dat iedereen met enige macht meehelpt om deze vlek op ons internationale blazoen te verwijderen.
Overheden met een internationale missie op de eerste plaats.

(*2) Een eenvoudige opzoeking van betrokken auteursnamen met een zoekrobot, al dan niet gekoppeld aan de zoekwoorden 'openbaarheid van bestuur', 'privacy', 'VRT' of 'KNACK' enz., leert dit juridisch ABC, aan elkeen met een brede belangstelling en openheid van geest, snel.

U ziet, zoals u weet, dat ik niet als sommigen, spijtig, de mens is zwak, over één nacht ijs ga; en altijd zoals het betaamt, check en dubbelcheck.
Mijn rechtsgevoel, en wens tot het verleggen van een steen met het oog op een menselijkere werking van onze maatschappij - in het licht van juist de onuitroeibare zwaktes van de mens - dicteren me dit; zelfs tot laat in de avond, of zelfs nacht, van een beginnend weekeinde toe.

https://www.sampol.be/2010/03/openbaarhe...

(4) Elke overheid is verplicht binnen dus zeer relatieve uitzonderingen, een document in zijn geheel of gedeeltelijk, welk laatste de Belgische normen gelukkig terecht expliciteren, vrij te geven. In geval bepaalde delen in een document onleesbaar gemaakt worden, wat zoals u weet eenvoudig kan voor digitale documenten, dient dit op afdoende wijze ad hoc per passage in concreto gemotiveerd te worden (cf. bovendien de Wet van van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen en uitgebreide rechtspraak, RvSt, Cassatie, EHRM enz.; cf. 1).

NB Bij gebeurlijke, per impossibele, afwijzing van mijn verzoek; zal ik er op toezien dat de Vlaamse Beroepsinstantie inzake de Openbaarheid van Bestuur, naar de supreme rechtspraak van Straatsburg (EHRM) het document, dat ik ken, in camera zal bestuderen (zie bv. het letterlijk citaat in de u en deze Beroepsinstantie eerder doorgegeven referentie 'Internationaler Tierschutz-Fonds GGMBh v. Europese Commissie, EHRM 21 juni 2012)

(5) Art. 151 Strafwetboek : inbreuk op de grondwet door een ambtenaar is een misdrijf

(6) De bijkomende verplichtingen terzake in het kader van de recente Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en meer in het bijzonder m.b.t. art 15 AVG; dat zoals u weet me in casu recht geeft op copie van het gevraagde document.

(7) Het feit dat deze aanvraag om u het gemakkelijk te maken snel te reageren, op diverse wijzen aan u wordt overgemaakt (waarbij elk soort aanvraag op zich zou moeten volstaan; doch waarbij hier, zoals u als voortrekster van de democratische rechtsstaat zal begrijpen, van de mogelijkheden van dit platform, gebruik wordt gemaakt.
Dit om het verzoek, om pedagogische en sensibiliserende redenen, uitgebreider, dus met enkele referenties en leestips, in het algemenere hogere belang te kaderen)

Ik verwacht dan ook dat ik in het licht van bovengaande opfrissing, de terzake bevoegde Beroepsinstantie niet om advies zal moeten vragen; en het betrokken gevraagde, makkelijk op te zoeken, en zoals u weet - uiterst korte - document; weldra in mijn brievenbus mag terugvinden, en verblijf, u bij voorbaat dankend voor uw ambtelijk medewerkingsplicht,

Met bijzondere achting

Jan De Brabandere
174 Emile Maxlaan
1030 Brussel