Aanvraag Protocolakkoord handelszending Rwanda Ethiopië Kenia nov. 2015

Het antwoord op deze aanvraag is veel te laat . Volgens de wet had Flanders Investment and Trade (FIT) - Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen, onder alle omstandigheden, al moeten reageren (details). Als u de vraag heeft ingediend, kan u klacht indienen via Een heroverweging aanvragen.

Jan De Brabandere

Aangetekend en per Mail Brussel, 28 maart 2019
& hier aanvullend via Transparencia.be
op 29.03.2019
C. TILLEKAERTS, CEO FIT
Koning Albert II-laan 37
1030 Brussel

Geachte Mevrouw de Afgevaardigde Bestuurster

Betreft - Aanvraag Protocolakkoord handelszending Rwanda-Ethiopië-Kenia nov. 2015

Graag had ik in het kader van de u, a fortiori als juriste, bekende normen Openbaarheid van bestuur (art.32 GW, Vlaams Decreet, art 10 EVRM enz.); van volgende bestuursdocument een copie doorgestuurd gekregen naar onderstaand adres :

Het protocolakkoord AWEX-BI&E-FIT m.b.t. de samenwerking voor de handelszending Rwanda-Ethiopië-Kenia van 14 t.e.m. 25 november 2015.

Ik verwijs u hierbij, graag, aanvullend, naar :

(1) De behoorlijk besturend door uw overheidsdienst gearchiveerde uitgebreide argumentatie (jurisprudentie, doctrine, parlementaire handelingen, internationale door ons land geratificeerde supreme normen enz.), die ik u bij vorige aanvragen ter aandachtige lezing heb overgemaakt ; en afwijzing van deze aanvraag de facto en de jure onmogelijk maakt.

NB Deze argumentatie is in casu zelfs niet noodzakelijk tot beslissing van vrijgave. Een zeer marginale toetsing van de aanvraag aan de normen volstaat voor iedere jurist.
Desalniettemin maken mijn eerder per aangetekend schrijven aan u overgemaakte argumenten i.v.m. vorige aanvragen naar bestuursdocumenten, integraal deel uit van deze aanvraag.
Voor alle zekerheid, en om u het gemakkelijk te maken, breng ik u hieronder alvast enkele algemene, vast geldende, principes - ter opfrissing en in het hoger algemeen belang - in herinnering.

(2) De door me maanden bestudeerde normen, doctrines en jurisprudentie (cf. 1) stellen duidelijk dat elk document dat een overheid in haar bezit heeft, onder welke vorm dan ook, voorwerp kan uitmaken van een WOB-aanvraag. In casu betreft het trouwens een door de drie partijen; waaronder uzelf, afgetekend papieren document, waarin mijn naam staat vermeld. Kortom, de meest voorkomende vorm van het begrip bestuursdocument: een papieren versie; in casu getekend door drie overheden.

NB De dag van vandaag is alles gedigitaliseerd; waardoor ook de AVG geldt (zie infra).

(3) Het feit dat doorverwijzen naar derden geen geldig excuus is; zoals het feit dat hetzelfde document bij diverse overheden aangevraagd wordt geen geldig excuus kan zijn. Evenmin doet het er toe of de aanvrager reeds over een copie zou beschikken of niet; de reden van gebruik moet zelfs niet opgegeven worden (zie 1).
Dit laatste maakt o.a. bewijs van mogelijke vervalsing mogelijk; diverse gevallen in het verleden zijn publiek bekend.

NB De wetgever heeft dit logisch niet voorzien; en heeft bij de federale parlementaire besprekingen, zoals de RvSt, en de internationale rechtspraak trouwens benadrukt dat 'niet vrijgave' de uitzondering is; en dat de uitzondering op vrijgave 'relatief' is.

Een evidentie voor elke jurist; gelet bij botsing van principes deze onderling moeten worden afgewogen in hun relatieve belang. Bij gelijk belang op de hierarchische ladder van normen blijft dit het geval.
Mensenrechten zijn zoals u weet niet alleen supreem, maar ook gelijkwaardig, interdependent en ondeelbaar (zie bv. https://www.ohchr.org/en/issues/Pages/Wh...).

Het recht op toegang tot bestuursdocumenten is zoals hierboven en vroeger aan u voor alle zekerheid in herinnering gebracht, een dergelijk supreem mensenrecht. Een universeel recht zelfs, met name art. 19 UVRM, zie bv. https://www.article19.org/issue/access-t... )
, dat het dus steeds wint van minder belangrijke normen; laat staan van loze, op niets steunende, beweringen en/of kromme "redeneringen" en/of ergo al te doorzichtige "uitvluchten".

Recht behoort immers, gelukkig, zoals wetenschappen, althans in principe, dus zoals het betaamt, tot de ernstige categorie van onderwerpen van menselijke actviteiten.
In principe, want de mens is niet onfeilbaar en zwak; en er zijn altijd spijtige uitzonderingen op de regel.
Een belangrijke finaliteit van het recht is dan ook om deze menselijke zwakheden, in het hoger belang van de openbare orde, in te tomen. En zo nodig te bestraffen, dit met het oog op schuldinzicht en hopelijk wederopname, als een betere mens, burger, die zijn rechten en plichten niet alleen beseft maar toepast, als deelnemer aan ons gemeenschappelijk hoogste goed: de democratische rechtsstaat.

Ernstig, dit wil zeggen recht en wetenschappen zijn voorwerpen van menselijke activiteiten die werken op basis van vaststaande geverifieerde feiten en hierarchische wetten; alsook evoluerende doctrines en theoriën.
Dit uit zich voor het rechtsdomein in de elkaar kruisbestuivende juridische literatuur en de hierarchische rechtspraak; en anderzijds voor het wetenschappelijk domein, in de 'peer reviewed' wetenschappelijke artikelen, die - u voelt het aankomen - ook gepubliceerd worden in naar (inter)nationaal belang gerangschikte tijdschriften, en eindigen met een publicatielijst van toepasbare referenties in deze naar belang gerangschikte tijdschriften. Net als rechtspraak grosso modo, de cirkel is rond.

Een opmerkelijke parallel tussen recht en wetenschappen, die mijn persoonlijke interesse en toegankelijkheid als wetenschapper, in het bestuderen en zelfs toepassen en creëren van 'Recht' voor een stuk mee verklaart. Zie bv. de onder mijn impuls tot stand gekomen internationale gedragscode MOSAICC, een belangrijke vorm van 'soft law' , die in credibiliteit en belang mettertijd toenam, door dat het de meest gerefereerde inspiratiebron voor het latere, multilateraal bindende, en bredere, UNO Nagoya-protocol werd. Gedragscode, welke dan ook op de officiële website van de Conventie inzake Biodiversiteit vermeldt wordt (zie bv. mijn meest gerefereerd pioniersartikel, in een topvakblad van een leidende uitgeverij, op een officiële UNO-link: https://www.cbd.int/doc/articles/2002-/A...). Evolutie die leidde tot vele internationale uitnodigingen (zie publicatielijst aan het einde), credibiliteit, en gelet de menselijke zwaktes, ook tot afgunst en kwaadsprekerij; maar dat is een andere zaak, weliswaar ook weer kaderend in de finaliteit van het bestaansrecht van het recht, in onze verlichte maatschappij ....

Terzaken wens ik dan ook via deze toepasselijke parenthese, met name van het broodnoodzakelijke belang van een breder kader van hierarchie aan principes en normen, alsook aan credibiliteit van informatie en beweringen en/of redeneringen; terug te komen op de toepassing van dit kader op het supreme belang van de Openbaarheid van Bestuur.
Dit door te verwijzen naar de u welbekende, en breed gewaardeerde, Prof. D. VOORHOF in verband met art. 10 EVRM (Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (https://scwitch.be/2017/01/meer-garantie... ). Internationaal rechtsgeleerde, welke terecht met de deur in huis valt; en bv. duidelijk maakt dat zelfs veiligheidsdiensten, in een aantal gevallen, bestuursdocumenten moeten vrijgeven. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens laat zich immers niet voor één gat vangen; en weet dus ook dat veiligheidsdiensten bevolkt worden door mensen, en dus kunnen falen.

Professor, die dus als vele anderen, refererend naar overvloedige rechtspraak (cf. 1), onderlijnt dat er steeds een afweging moet gebeuren van het belang van geheimhouding (wat bij geen gegrond motief in een aantal gevallen sterk kan wijzen op bv. in een rechtsstaat te verwerpen belangenvermenging en/of machtsmisbruik/-overschrijding) ten aanzien van de plicht/het belang van vrijgave van bestuursdocumenten.
Dit laatste is vaak het door het EHRM ingeroepen hogere belang van de democratische rechtsstaat. Een belang van openbare orde, dat zijn oorsprong vindt in de verlichting; die u, terecht, ook hoog in het vaandel draagt, althans in het kader van uw door mezelf naar principes gesmaakte publieke communicaties (zie bv. ook de u welbekende en breed gewaardeerde D. Verhofstadt; in zijn aanbevelenswaardig referentiewerk 'De liberale canon'. Publicatie welke grotendeels, aan de hand van belangrijke denkers, wetenschappers en politici (V/M/X), de oorsprong van de verlichtingswaarden van de liberale rechtsstaat, met ondeelbaar in zich gesloten, de kiemende mensenrechten, van de oudheid tot het heden, op een bevattelijke wijze aanbrengt).

Kortom, naar de even eminente, u eerder via aangetekend schrijven ook al gerefereerde Professoren Schram en Lewalle (cf. 1), kan er rustig maar standvastig besloten worden dat er bijgevolg evident geen sprake kan zijn van 'absolute' uitzonderingen inzake transparantie van overheden. Dat met andere woorden, onze Belgische en deelstatelijke normen Openbaarheid van Bestuur, op de diverse niveaus van dit land, dus 100% kaduuk zijn (*1).

Dit ondanks dat de (inter)nationale rechtspraak dit sinds tientallen jaren aantoont (zie bv. (1) of ook de softenon-zaak in de EHRM-databank HUDOC; of de publicaties voor het bredere publiek, van de terecht gewaardeerde Meester - in de dubbele betekenis van het woord - dus ook 'pedagoog', Mr. Dobbelaere-Welvaert, i.v.m. de relativiteit van het mensenrecht 'privacy'. Recht op het privéleven dat het naar zijn puik gekozen sprekende voorbeelden, in een aantal gevallen verliest van andere mensenrechten, die zwaarder wegen; met name in het algemene belang van de democratische rechtsstaat (*2). Zoals recent het Europees Hof van Justitie besloot dat de Europese Overheid inzake voedselveiligheid fout was door de testen in verband met glyphosaat niet vrij te geven; onder het mom van commerciële belangen/informatie. Er waren hogere belangen voor de volksgezondheid, zoals ook een Amerikaanse rechter onlangs besloot; met een paar 100 miljoen dollar vergoeding voor een rechtzoekende voor gevolg.

(*1) De situatie is thans spijtig niet beter dan deze bij de verjaardag van de constitutionele invoering van het recht op openbaarheid van bestuur in ons land. Gelegenheid waarbij dezelfde Prof. Dr. D. VOORHOF in SAMPOL dit voor een aantal punten aantoonde; onder de veelzeggende titel 'Openbaarheid van bestuur in België: een losse flodder'. Spijtig is België dan ook nog steeds internationaal schaamteloos laag geklasseerd inzake transparantie, nl. op de 111ste plaats, na Mozambique en Kazakhstan ( https://www.rti-rating.org/country-data/ ). Een welmenende mandataris van openbare macht (V/M/X) en een gemiddelde zwakke burger; kan dan ook alleen maar hopen dat iedereen met enige macht meehelpt om deze vlek op ons internationale blazoen te verwijderen.
Overheden met een internationale missie op de eerste plaats.

(*2) Een eenvoudige opzoeking van betrokken auteursnamen met een zoekrobot, al dan niet gekoppeld aan de zoekwoorden 'openbaarheid van bestuur', 'privacy', 'VRT' of 'KNACK' enz., leert dit juridisch ABC, aan elkeen met een brede belangstelling en openheid van geest, snel.

U ziet, zoals u weet, dat ik niet als sommigen, spijtig, de mens is zwak, over één nacht ijs ga; en altijd zoals het betaamt, check en dubbelcheck.
Mijn rechtsgevoel, en wens tot het verleggen van een steen met het oog op een menselijkere werking van onze maatschappij - in het licht van juist de onuitroeibare zwaktes van de mens - dicteren me dit; zelfs tot laat in de avond, of zelfs nacht, van een beginnend weekeinde toe.

https://www.sampol.be/2010/03/openbaarhe...

(4) Elke overheid is verplicht binnen dus zeer relatieve uitzonderingen, een document in zijn geheel of gedeeltelijk, welk laatste de Belgische normen gelukkig terecht expliciteren, vrij te geven. In geval bepaalde delen in een document onleesbaar gemaakt worden, wat zoals u weet eenvoudig kan voor digitale documenten, dient dit op afdoende wijze ad hoc per passage in concreto gemotiveerd te worden (cf. bovendien de Wet van van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen en uitgebreide rechtspraak, RvSt, Cassatie, EHRM enz.; cf. 1).

NB Bij gebeurlijke, per impossibele, afwijzing van mijn verzoek; zal ik er op toezien dat de Vlaamse Beroepsinstantie inzake de Openbaarheid van Bestuur, naar de supreme rechtspraak van Straatsburg (EHRM) het document, dat ik ken, in camera zal bestuderen (zie bv. het letterlijk citaat in de u en deze Beroepsinstantie eerder doorgegeven referentie 'Internationaler Tierschutz-Fonds GGMBh v. Europese Commissie, EHRM 21 juni 2012)

(5) Art. 151 Strafwetboek : inbreuk op de grondwet door een ambtenaar is een misdrijf

(6) De bijkomende verplichtingen terzake in het kader van de recente Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en meer in het bijzonder m.b.t. art 15 AVG; dat zoals u weet me in casu recht geeft op copie van het gevraagde document.

(7) Het feit dat deze aanvraag om u het gemakkelijk te maken snel te reageren, op diverse wijzen aan u wordt overgemaakt (waarbij elk soort aanvraag op zich zou moeten volstaan; doch waarbij hier, zoals u als voortrekster van de democratische rechtsstaat zal begrijpen, van de mogelijkheden van dit platform, gebruik wordt gemaakt.
Dit om het verzoek, om pedagogische en sensibiliserende redenen, uitgebreider, dus met enkele referenties en leestips, in het algemenere hogere belang te kaderen)

Ik verwacht dan ook dat ik in het licht van bovengaande opfrissing, de terzake bevoegde Beroepsinstantie niet om advies zal moeten vragen; en het betrokken gevraagde, makkelijk op te zoeken, en zoals u weet - uiterst korte - document; weldra in mijn brievenbus mag terugvinden, en verblijf, u bij voorbaat dankend voor uw ambtelijk medewerkingsplicht,

Met bijzondere achting

Jan De Brabandere
174 Emile Maxlaan
1030 Brussel

Jan De Brabandere

Geachte Mevr. Claire Tillekaerts
Geachte CEO Flanders Investment and Trade
Geachte Gedelegeerd Bestuurster FIT
Geachte FIT-Dossierbeheerster

Zonder enige nadelige erkentenis en onder voorbehoud van alle rechten.

Na het nodige geduld uit te oefenen, wens ik op dit dossier terug te komen.

Dossier waarvoor ik U dank:

- om het de hoogste aandacht te bewijzen; door Uzelf als dossierbeheerster aan te wijzen (wat het maatschappelijk belang ervan andermaal onderlijnt)
- om me het betrokken document, in tegenstelling tot andere documenten, naar uw Grond- en mensenrechterlijke wettelijke verplichtingen (art. 32 GW, art. 10 EVRM, art. 19 UVRM); althans per B-Post, doch niet via dit burgerplatform te hebben doorgestuurd.

Burgerplatform dat door vele overheden, op basis van een internationaal gebruikte software (cf. gelijkaardige websites in het buitenland alsook voor, jawel, de EU) zonder problemen wordt gebruikt voor vrijgave en automatisch hergebruik van overheidsinformatie.

Het punt waarop ik terug wens te komen is het feit dat U per aangetekend schrijven aan me verklaarde dat : 'deze inwilliging geenszins de instemming inhoudt om bijgevoegd document te hergebruiken en/of te publiceren op welk forum of platform dan ook, in het bijzonder op de site www.transparencia.be'.

Wat me verbaasde ook al omwille van het probleemloos (inter)nationaal gebruik van platformen die draaien op dezelfde software.

Staartje van uw formulering waarmee u ook bewijst naar transparencia.be op strenge onbehoorlijk besturende, niet neutrale, zelfs ongelijk behandelende en discriminerende wijze (art. 10 en 11 Gw), te willen optreden. Hetgeen uiteraard uw bestuurlijk standpunt van nog groter maatschappelijk belang maakt dan het op zich al is.
Formulering die U zonder enige twijfel als CEO van een vooraanstaande overheidsdienst en ervaren juriste, zoals het hoort, zorgvuldig en voorzichtig , of naar uw eigen imago 'heel rationeel' formuleerde.

Gegeven waardoor het dossier vooral ook nog meer dan voordien van algemeen belang wordt voor (het debat in een) democratische rechtsstaat (zie uitgebreide rechtspraak terzake, incl. EHRM (Straatsburg), HvJ-EU (Luxemburg); kortom bv. mediarecht (naast 'klokkenluiders'- en 'watchdog'-recht enz.) dat ondersteld wordt gekend te zijn door een ervaren juriste, CEO van een overheidsdienst, die regelmatig in de media verschijnt; en dat voorziet dat in deze internettijden iedereen journalist kan zijn voor zaken van breder maatschappelijk belang, waarbij overheden en hoge bomen, als CEO's, evident wel wat meer tegenwind moeten kunnen verdragen in een democratische rechtsstaat; dit a fortiori als dit grondig gestaafd wordt).

U ging naar een mail van U, met dit nochtans ABC-administratief recht, ondanks dat U beschikt over een eigen juridische dienst en Uzelf ondersteld wordt (gewettigd vertrouwen/vermoeden) dit recht te beheersen, Uw externe advocaten met overheids- of dus belastingsgeld raadplegen.
Als altijd mijn geduld meer dan voldoende tonende, heb ik na een half jaar (sic), onbegrijpelijk nog steeds geen legaal gemotiveerde uitleg voor Uw, wat mij betreft, vreemde eenzijdige bestuursbeslissing tot afwijzing van hergebruik, van Uw zijde of deze van Uw advocaten gekregen.

Dit bewijst alvast voor de tigste keer dat U bestuursbeslissingen op onzorgvuldige niet onderbouwde manier neemt. Anders had U uiteraard al lang geantwoord. Kortom voor de tigste keer spijtig onbehoorlijk bestuur; andermaal het maatschappelijk belang van ons zoals U weet t.g.v. uw handelen en niet handelen uitdijnend dossier onderlijnend.

Om het U wat makkelijker te maken wijs ik alvast op volgende punten die het mijns insziens verklaren dat U geen stevige juridische kapstok heeft om Uw afwijzing tot hergebruik afdoend wettelijk te motiveren (NB Gelet dit platform geen markeringen enz. toelaat; scheid ik hierbij, om het U en Uw raadsmensen makkelijk te maken, de belangrijkste gronden, door een spatie te laten tussen de elementen. Waarbij ik er ook gerede van uitga dat U en Uw raadsmensen uiteraard wel voldoende zullen begrijpen wat bv. termen als 'moeten' , 'publieke taak', 'fundamenteel' , 'zoveel mogelijk' , 'een minimumpakket' en 'verplichting' inhouden).

Hieronder enkele door elke geschoolde burger, a fortiori juriste (V/M/X) en raadsmensen terug te vinden elementen die in verband met de door me opgeworpen kweeste, waarop U tot op heden niet kon antwoorden, ten volle spelen:

Het Vlaamse bestuursdecreet van 7 december 2018 (hierna VB) welke het in bv. art II.52 en verder terecht heeft over de ‘publieke taak’
(ii) Het VB dat in het art. II.55 stelt : ‘Elke overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, staat het hergebruik van de bestuursdocumenten die ze bezit en waarop ze de nodige rechten heeft toe, zowel voor commerciële als niet-commerciële doeleinden overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk’
(iii) Het VB dat in het art. II.55 vervolgt : ‘In geval van hergebruik stelt de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, de bestuursdocumenten zo veel mogelijk via elektronische weg beschikbaar’

(iv) Het VB art. II.56 dat verduidelijkt dat: ‘Als de bestuursdocumenten voor hergebruik in aanmerking komen en onder de voorwaarden, vermeld in artikel II.66, stelt de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, de bestuursdocumenten ter beschikking in de vorm die de aanvrager vraagt’.

(v) Het VB art. II.57 en II.58 die coherent aanvangen met : ‘De verplichtingen vermeld in art. II. 55 en II.26 ….’ en die dus art II.56 als een ‘verplichting’ kwalificeren.

(vi) Het VB art. II.61 §2 : ‘De voorwaarden voor hergebruik mogen de mogelijkheden van hergebruik niet nodeloos beperken’

(vii) Het VB art. II.67 ‘De voorwaarden voor het hergebruik van bestuursdocumenten mogen niet discriminerend zijn voor vergelijkbare categorieën van hergebruik’

(viii) De Moeder-Richtlijn 2003/98/EG van 17 november 2003 die aan de juridisch supreme basis ligt van de bepalingen inzake het hergebruik van overheidsinformatie binnen de EU, inclusief het Vlaamse Bestuursdecreet :

a. Considerans 9, laatste zin : ‘Openbare lichamen moeten hergebruik van documenten bevorderen en aanmoedigen, ook van officiële teksten van wetgevende en administratieve aard, in die gevallen waarin het openbaar lichaam bevoegd is om toestemming te verlenen voor het hergebruik ervan’

b. Considerans 16 : ‘De openbaarmaking van alle algemeen beschikbare informatie in het bezit van de overheid — dus niet alleen in de politieke maar ook in de rechterlijke en bestuurlijke sfeer — vormt een fundamenteel instrument voor verruiming van het recht op kennis, dat een essentieel beginsel is van de democratie. Deze doelstelling geldt voor instellingen op elk niveau, plaatselijk, nationaal en internationaal’

c. Art. 3 : ‘Algemeen beginsel - Documenten worden zoveel mogelijk langs elektronische weg beschikbaar gemaakt’

(ix) De Richtlijn 2013/37/EU ter wijziging van de vermelde Moeder-Richtlijn; welke nog vele, bij een bestuursbeslissing inzake al dan niet weigering van hergebruik - naar gelang de toepasselijkheid - in overweging te nemen maatschappelijke belangen, opsomt ; en daarbij o.a. stelt :

a. Considerans 2 : ‘Richtlijn 2003/98/EG van 17 november 2003 inzake het hergebruik van overheidsinformatie legt een minimumpakket voorschriften vast voor het hergebruik en de concrete middelen ter vereenvoudiging van het hergebruik ...

b. Considerans 3 : ‘Beleid voor vrije gegevensverstrekking, dat brede beschikbaarheid en hergebruik van overheidsinformatie voor privé- of commerciële doeleinden met minimale of geen juridische, technische of financiële beperkingen aanmoedigt en het circuleren van informatie zowel voor marktdeelnemers als voor burgers bevordert… maatschappelijk engagement bevorderen.’
c. Considerans 4 : ‘Het toestaan van hergebruik van documenten biedt toegevoegde waarde … aan de hergebruikers, de eindgebruikers, de maatschappij in het algemeen en in veel gevallen aan het openbare lichaam zelf, doordat transparantie en verantwoording worden bevorderd en feedback wordt gegeven door hergebruikers en eindgebruikers op basis waarvan het desbetreffende openbare lichaam de kwaliteit van de verzamelde informatie kan verbeteren.’
d. Considerans 5 : ‘…snelle technologische ontwikkeling maakt het mogelijk nieuwe diensten en toepassingen te ontwikkelen, die worden ontworpen op basis van het inzetten, verzamelen en combineren van gegevens. De in 2003 vastgestelde regels zijn achterhaald…, met als gevolg het risico dat de economische en sociale kansen die worden geboden door het hergebruik van overheidsgegevens onbenut blijven.’

e. Considerans 7 : ‘Bepaalde lidstaten hebben het recht op hergebruik uitdrukkelijk verbonden aan het recht op toegang, zodat alle algemeen toegankelijke documenten ook herbruikbaar zijn. In andere lidstaten is het verband tussen deze twee gebieden van regelgeving minder duidelijk en dit vormt een bron van rechtsonzekerheid’

f. Considerans 8 : ‘Richtlijn 2003/98/EG dient derhalve te worden gewijzigd om een duidelijke verplichting vast te leggen voor de lidstaten om alle documenten toegankelijk te maken voor hergebruik tenzij de toegang wordt beperkt of uitgesloten uit hoofde van nationale regels betreffende de toegang tot documenten’ wat dus de boven vermelde juridisch a priori logische mutatis mutandis-redenering op EU-niveau betonneert.

g . Considerans 14 : ‘Het toepassingsgebied van Richtlijn 2003/98/EG dient te worden uitgebreid tot bibliotheken, met inbegrip van universiteitsbibliotheken, musea en archieven’.
Waardoor het betrokken document dat wellicht in een administratieve of andere bibliotheek zit, en zeker in een archief opgeslagen zit, in principe vrijgegeven moet kunnen worden ; bij voorkeur zelfs electronisch (cf. supra)

h. Considerans 33 ‘Aangezien de doelstellingen van deze richtlijn, namelijk … door burgers met het oog op de bevordering van het vrije verkeer van informatie en communicatie, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en derhalve met het oog op de intrinsieke pan-Europese toepassing van het voorgestelde optreden, beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt’

j. art. 4 ‘In artikel 4 worden de leden 3 en 4 vervangen door: „3. In geval van een afwijzende beslissing delen de openbare lichamen de verzoeker de gronden voor de afwijzing van het verzoek mee, waarbij zij zich baseren op de toepasselijke bepalingen van de toegangsregeling in de betrokken lidstaat … ‘
Waardoor het dus an sich logische principe dat informatie die publiekelijk toegankelijk is voor de burger mutatis mutandis in principe ook voor hergebruik niet afgewezen mag worden.
PM Door het document vrij te geven heeft u het evident publiek verklaart.

k. art. 5 ‘Artikel 5 Beschikbare formaten 1. … indien mogelijk en passend, in een open en machinaal leesbaar formaat, samen met hun metadata. Zowel het formaat als de metadata dient voor zover mogelijk aan formele open standaarden te voldoen.’

Graag had ik dan ook binnen redelijke termijn uw afdoende gemotiveerde de facto en de jure gronden m.b.t. uw nu al een half jaar lang niet gemotiveerde afwijzing tot hergebruik gekend. Dit als rechthebbende, opdat ik al dan niet kan besluiten of U post hoc een steekhoudende argumentatie voor uw kennelijk roekeloze, want niet ondersteunde (zoniet had ik uw uitleg in tweede instantie snel per kerende een half jaar terug gekregen), bestuursbeslissing nam.
Dit gelet deze althans naar boven vermelde gronden, een kwalijk illegaal precedent zou kunnen vormen.

Dit tot slot erop wijzende dat de in het vrijgegevenn dus in principe publiek verklaarde document; de voorkomende persoonsnamen, althans indien u hiervoor sluitende argumentatie zou hebben, kunnen worden verwijderd. Dit hoewel het helder professionele informatie betreft van publieke personen; dus informatie die niet tot het priveleven behoort. Info die ook elders en niet in het minst door uzelf en uw partners, alsook de betrokkenen zelf, onbeperkt op het internet, als behorend tot het publieke domein worden gedeeld. Dit vaak zelfs incl. contactgegevens/-mogelijkheden en functies, alsook in verband met handelszendingen.

met bijzondere Popperiaanse achting
en dus liberaal democratisch rechtsstatelijke groeten
die dus zoals het hoort tot tegensprekelijk inhoudelijk debat nopen,

verblijf ik,

Jan De Brabandere
Brussel